De 'fahrende Scholaren' van Steglitz

Rond 1890 verzamelde zich rond de 15 jarige Maagdenburgse scholier Hermann Hoffmann een groepje vrienden, die op zondag en in vakanties wandeltochten ondernamen in de omgeving. De expedities hadden een spartaans karakter. De jongens reisden als zij gebruik maakten van de trein uitsluitend 4e klas. Ze kookten hun eigen eten op spiritusbranders of houtsvuur en meestal overnachtten ze bij een boer in het hooi. Met deze goedkope manier van reizen onderscheidden de jongens zich van de toeristische manier van reizen, zoals die steeds meer in zwang kwam bij de burgerij.

 

hermannhoffmann1897.jpg (13878 bytes)
Hermann Hoffmann, 1897

In 1894 verliet Hoffmann de groep, omdat hij in Berlijn ging studeren. In Steglitz, zijn nieuwe woonplaats en toen nog een klein semi-agrarisch voorstadje ten zuiden van Berlijn, wist hij al snel een groepje gymnasiasten, die hij vrijwillig stenografie onderwijs gaf, enthousiast te maken voor de door hem beoefende vrijetijds besteding. Zij gingen nu ook naar andere delen van Duitsland en over de grenzen. De belangrijkste tocht die zij ondernamen was de later klassiek geworden Böhmerwaldfahrt in de zomer van 1899 (3).

Later in dat jaar verliet Hoffmann de groep om zich te wijden aan zijn nieuwe loopbaan als diplomaat. De leiding werd overgenomen door Karl Fischer. Onder zijn leiding werden veel vaker uitstapjes ondernomen. Hij introduceerde een nieuwe groet (Heil) en een nieuw kostuum, de Kluft. Fischer noemde zichzelf 'Oberbachant'. Nieuwkomers begonnen met de rang van 'Scholar', werden vervolgens 'Bursche' en later 'Bachant'. Deze terminologie was niet afgeleid van de god Bacchus, maar verwees naar de 'Fahrende Scholaren', rondtrekkende studenten, uit de middeleeuwen, die als voorbeeld dienden. Volgens Hans Blüher kreeg elke nieuwkomer van Fischer een lesje over de afkomst van deze namen (4). Promotie was afhankelijk van individuele prestaties en gedrag tijdens de 'Fahrten'.

 

Karl Fischer

Fischer, die door andere Wandervögel wordt omschreven als een geboren leiderstype, had veel ambitieuzere plannen met de jeugd dan Hoffmann en hij zorgde ervoor dat het kleine informele zwerversgroepje uitgroeide tot grote beweging (5).

Om een jeugdbeweging op te bouwen, zoals Fischer wilde, had hij de steun nodig van de ouders en de school, omdat studentenorganisaties in of buiten school verboden waren. Nu had Karl Fischer het geluk dat hij goed kon opschieten met het hoofd van het Gymnasium, Robert Lück. Deze gaf hem de vrijheid om er met de andere jongeren van de school op uit te trekken zonder het gebruikelijk toezicht van leraren of ouders. Naast Robert Lück had Fischer ook goede contacten met Wolfgang Kirchbach, een journalist uit Steglitz, en Ludwig Gurlitt, een reformpedagoog die les gaf op het gymnasium. Beide mannen waren enthousiast over de wandelbeweging van Fischer. De samenwerking tussen Fischer, Kirchbach en Gurlitt resulteerde in de oprichting van de vereniging 'Wandervogel, Ausschuss für Schülerfahrten' op 4 november 1901.

 

 

Op de avond van de 4e november kwamen in het achterkamertje van een Rästkeller in Steglitz vijf volwassenen en vijf jongeren bijeen voor de oprichtingsvergadering van deze nieuwe vereniging. De vergadering werd geleid door Wolfgang Kirchbach. Het was de bedoeling dat de leiding over de Wandervögel in handen kwam van ouderen, de Ehrerat, en jeugd tesamen in de vorm van een 'Kartell' (6).

De 'Ausschuss' die gevormd werd door volwassenen - ouders en vrienden van de Wandervogel - was formeel de vereniging. Dit was echter een juridische truc om de wet dat scholieren zich niet mochten verenigen te ontduiken. De Auschuss was dus een dekmantel voor de eigenlijke jeugdorganisatie voor jongeren tussen de twaalf en negentien jaar oud (jongeren onder de twaalf jaar waren fysiek niet sterk genoeg voor de spartaanse expedities en diegene ouder dan negentien jaar gingen meestal in dienst, elders studeren of een vakopleiding volgen). De volwassenen mochten niet deelnemen aan de tochten. Zij mochten alleen lid worden om de vereniging naar buiten toe te vertegenwoordigen of financieel te ondersteunen.

Al snel na de oprichting van de vereniging traden er tussen Karl Fischer en andere leden van de groep spanningen op. De oppositie van Fischer, onder leiding van Siegfried Copalle, beklaagde zich over het 'Cäsarismus' van Fischer en het primitieve en ruwe karakter van zijn trektochten (7). De onderlinge spanningen leidden in 1904 tot een eerste splitsing van de Wandervogel in de 'Wandervogel, Eingetragener Verein zu Steglitz bei Berlin' en de Altwandervogel onder leiding van Karl Fischer.

In de eerst genoemde vereniging werd de nadruk gelegd op de culturele ontwikkeling en de trektochten kregen minder het karakter van overlevingstochten, zoals dat bij Fischer het geval was geweest. Na deze eerste splitsing in de Wandervogel volgt er nog een lange geschiedenis van afsplitsingen en tijdelijke herenigingen van Wandervogelgroepen, die ieder op hun eigen manier gestalte probeerden te geven aan het wezen van het zgn. 'Wandervogeltum'.