Culturele en maatschappelijke achtergrond van de Wandervogel

De term 'jeugd' had in Duitsland een tweeledige betekenis. In de eerste plaats werd het gebruikt om een bepaalde fase in het leven van de mens aan te duiden, die bijvoorbeeld door Eduard Spranger verbonden werd aan een hele verzameling emoties. Jeugd betekende voor hem 'Geistigkeit', 'Lebensdrang', 'Erotik', 'Sehnsucht' en een 'Unendlich verschlossenen Einsamkeit' (8). In de tweede plaats was 'jeugd' synoniem voor het begrip 'generatie' en verwees in dit verband naar een nieuwe, radicaal andere, categorie mensen. Jong zijn betekende niet meer alleen een lagere positie ten opzichte van ouderen qua rechten en plichten. Jong zijn werd verheven tot een ideaal, een symbool voor vernieuwing van cultuur en maatschappij (9).

Van deze veranderende inhoud van de term 'jeugd' getuigt de jeugdige subcultuur die rond de eeuwwisseling ontstond in de vorm van de Jugendstil, het Expressionisme en de Jeugdbeweging. Bij al deze groepen leefde de idee dat zij, de jeugd, een soort missie te vervullen had, een opdracht tegen de oudere generatie ten strijde te trekken en de maatschappij te vernieuwen.

Het thema van de vadermoord, symbool van het generatieconflict, waar vooral de Expressionisten zich op uitleefden, was een uiting van de agressie bij de jeugd tegen de burgerlijke beschaving en de sociale en politieke orde in Duitsland aan het einde van de 19e eeuw (10).

 

Bij de jeugdbeweging speelde het generatieconflict in het begin geen rol, maar in de loop van de tijd komt dit element steeds sterker naar voren. Ook Hans Blüher verklaart het ontstaan van de jeugdbeweging uit een generatie conflict. "Wo Väter und Söhne ganz und gar einig lebten, der Vater seinen Character dem Sohne widerstandslos zu übertragen vermochte und dieser stolz war auf das Erbe der Väter, da gab es keinen Boden für den Wandervogel", schrijft Hans Blüher in Wandervogel, geschichte einer Jugendbewegung.

Om het ontstaan van het generatieconflict te begrijpen wil ik nu eerst in vogelvlucht de maatschappelijke en culturele situatie in het Wilhelminische rijk, aan het einde van de 19e eeuw, bekijken. Duitsland was aan het einde van de 19e eeuw binnen korte tijd van een overwegend agrarische staat veranderd in een van de leidende industriestaten in Europa. Onder invloed van het industrieël kapitalisme ontwikkelde zich een nieuwe manier van leven en een nieuwe manier om geld en macht te verwerven. Er kwam een nieuwe klasse bij -het proletariaat- en het socialisme kwam op. Het aantal vuile rokerige industriesteden nam toe. Deze veranderingen zorgden ervoor dat oude traditionele (ver)banden veranderden of verloren gingen, wat kon leidden tot een gevoel van vervreemding.

De conservatieve maatschappijstructuur veranderde niet net zo snel, zodat er een toenemende discrepantie ontstond tussen de technische en economische veranderingen enerzijds en de starre, conservatieve maatschappij structuur anderzijds. Spanningen op politiek en sociaal gebied konden als gevolg hiervan niet uitblijven. Deze veranderingen beïnvloedden op een verschillende manier de diverse maatschappelijke groepen. Ik beperk mij hier tot de beschrijving van de gevolgen die zij hadden voor de middenklasse, omdat die groep relevant is met betrekking tot de Wandervogel, een typisch middenklasse fenomeen.

Toen de de industrialisering zijn intrede had gedaan en de maatschappelijke orde onder invloed daarvan veranderde, kreeg met name de middenklasse te maken met aanpassingsproblemen. Dit had twee oorzaken. In de eerste plaats zat de middenklasse nog steeds gevangen in een pre-modern waardensysteem, waarin familie, kerk en de humanistische Bildung centraal stonden. Dit pre-industrieel waardensysteem strookte niet met de meer rationele, individualistische en universele waarden van een industriële maatschappij (11).

Ten tweede voelde met name de midden- en lagere middenklasse zich in haar status bedreigd door andere maatschappelijke groepen die door de industrialisering juist de mogelijkheid kregen sociaal te stijgen, terwijl haar eigen stijgingsmogelijkheden beperkt bleven. Zij zat ingeklemd tussen een militante arbeidersklasse enerzijds en de hogere middenklasse, het 'Bildungsbürgertum', anderzijds. Deze laatste groep deed er alles aan om haar stand aan de onderkant af te sluiten (12).

De relatie tussen de statusproblemen van de middenklasse en het fenomeen van de Wandervögel heeft Martita Slewe onderzocht. Uit haar onderzoek blijkt dat 80% van de eerste generatie Wandervögel het humanistische gymnasium had doorlopen. Tevens blijkt dat de meerderheid van de Wandervögel afkomstig was uit de hierboven genoemde midden- of lagere middenklasse. Deze groep behoorde echter niet tot de oorspronkelijke 'Bildungsbürgertum'. Hieruit concludeert zij dat de Wandervögel uit een milieu kwamen dat 'Aufstiegsoriëntiert' was en mogelijk te kampen hadden met statusproblemen.

De middenklasse was dus in een paradoxale situatie terecht gekomen. Zij was zelf een belangrijke voortstuwende kracht geweest achter de modernisering, maar met de maatschappelijke veranderingen die daaruit volgden, kon zij niet omgaan. Rond 1900 raakt het zelfbewustzijn van het Duitse 'Bürgertum' dan ook steeds meer in een identiteitscrisis. Dit uitte zich in een toenemende beschavings-kritiek en de vorming van een tegencultuur, van cultuurkritische, levenshervormende of reformpedagogische minderheden uit de middenklasse (13). Tegen deze achtergrond ontstond rond 1900 de nieuwe jeugdcultuur, waarvan de Jeugdbeweging onderdeel is.

De nieuwe jeugdcultuur, die omstreeks 1900 ontstond in de vorm van de Wandervogel, wordt door Hans Blüher beschreven als vorm van protest van de 'unerträglich belastete Jugend' tegen de oudere generatie (14). Na Hans Blüher volgden noch vele schrijvers die proberen het verschijnsel van de jeugdbeweging te analyseren en te verklaren. Een groot deel van deze schrijvers ziet in het ontstaan van de jeugdbeweging een reactie van de middenklasse jeugd tegen de hypocrite burgerlijke beschaving, het ouderlijk huis en de school. Anders gezegd, zij zoeken de verklaring voor het verschijnsel van de Wandervogel in een generatie-conflict. Als oplossing zochten de Wandervögel niet hun toevlucht in een vooruitstrevende ideologie. Zij trokken zich juist terug in een eigen wereldje waarin het geromantiseerde verleden centraal stond. Deze verklaring vind je bij G.L. Mosse en Fritz Borinski, Robert Wohl, Hans Bohnekamp en Walter Laqueur (15). Deze schrijvers maken echter niet duidelijk wat het verband is tussen deze rebellie van de middenklasse jeugd tegen het eigen milieu en de maatschappelijke crisis waarin dit milieu zich bevond, zoals ik dit eerder heb beschreven.

Om te kijken of er misschien wel zo'n verband is, wil ik nogmaals kijken naar de ontstaansgeschiedenis van de Wandervogel.