Error message

Deprecated function: The each() function is deprecated. This message will be suppressed on further calls in book_prev() (line 775 of /var/www/clients/client25072/web36725/web/home/modules/book/book.module).

Van 'fahrende Scholaren' tot jeugdrevolte

In de bronnen over het ontstaan en de beginperiode van de Wandervogel is weinig terug te vinden van een revolutionair elan of van een eventueel generatie-conflict.

Hermann Hoffmann beschrijft in een artikel 'Hoch das Wandern' wat voor hem het wandelen in de vrije natuur betekent: "Hinein in die offene Welt, leichten Herzens, frei vom Zwang der Schule mit all ihren kleinen Sorgen, frei von dem Sorgen um das 'Morgen', frei von der Aufsicht über jeden Schritt, ganz sein eigener Herr, der sich selbst diesen Weg sucht" (16). Voor Hoffmann was het wandelen in de natuur met zijn groep, waarin de gelijkheid, vrijheid en kameraadschappelijkheid voorop stonden, een manier om zich tijdelijk af te zonderen van de strenge tucht van het ouderlijk huis en de school. Bovendien waren de ontberingen, die de trektochten onvermijdelijk met zich meebrachten "So fruchtbringend für die Charakterentwicklung" (17). Je kan waarschijnlijk beweren dat bij Hoffmann nog helemaal geen sprake was van rebellie, tegen wat dan ook. De samenkomsten van Hoffmann met zijn groepje vrienden laten zich eerder plaatsen in de traditionele behoefte van de jeugd elkaars gezelschap op te zoeken en groepjes te vormen met eigen zeden en gewoontes (18). Bij Hoffmann gebeurde dit door de vorming van een wandelgenootschap.

Bij Fischer komt hier een kleine verandering in, die desondanks essentieel is. Fischer brengt het rondtrekken in de vrije natuur voor het eerst expliciet in verband met de verderfelijke grote stad. Dit blijkt als hij in de zomer van 1901 tegenover Hans Breuer, een Wandervogel, zijn plannen ontvouwt voor de verbreiding van het Wandervogel-idee over heel Duitsland. Fischer zei toen tegen Breuer: "Die Grossstadt verschandelt die Jugend, verbildet ihre Triebe, entfremdet sie immer mehr einer natürlichen, harmonischen Lebensweise. Aus den grossen Häusermeeren steigt das neue Ideal: Erlöse Dich selbst, ergreife den Wanderstab und suche da draussen den Menschen wieder, den du verloren hast, den einfachen, schlichten, natürlichen"(19). Met deze "grosse propagandafähige Idee" wilde Fischer, volgens Hans Breuer de Duitse jeugd enthousiast maken voor de Wandervogel-beweging en op die manier "der ihm vorschebenden Volkserneuerung" bewerkstelligen (20). Bij Fischer komt voor het eerst het element van maatschappijkritiek om de hoek kijken, terwijl dit bij Hoffmann nog geen rol had gespeeld. Het is opvallend dat Fischer zijn "neue Heilswahrheit" voor de Duitse jeugd pas ontwikkelde nadat hij met Wolfgang Kirchbach en Ludwig Gurlitt in aanraking was gekomen. Dus op dat moment dat Fischer in contact kwam met de reformpedagogiek.

Zoals ik in het vorige hoofdstuk heb gezegd leidde de identiteitscrisis van de midden- en lagere middenklasse tot een toenemende beschavingskritiek. De reformpedagogiek was een van de bewegingen uit de middenklasse die deze kritiek verwoordde voor wat het onderwijs betreft. Als gevolg van de maatschappelijke veranderingen waren de hogere scholen (Gymnasia en Universiteiten) rond 1900 in een crisis terecht gekomen (21). De Gymnasia hadden onder invloed van de maatschappelijke veranderingen en onder druk van de overheid hun leerprogramma's moeten aanpassen, omdat deze niet meer voldeden aan de behoeften van een industrieële grootmacht. Bovendien werden op de universiteit, traditioneel een bolwerk van het 'Bildungsbürgertum', sinds het einde van de 19e eeuw ook leerlingen toegelaten van het Realgymnasium en de Oberrealschule. Deze democratisering van het onderwijs vormde een bedreiging van de tot dan toe betrekkelijk hoge status van een afgestudeerde. Vooral de midden- en lagere middenklasse werden door deze veranderingen getroffen (zoals gezegd kwamen juist de meeste Wandervögel uit dit milieu). In de hoop dat hun kinderen met een gymnasium opleiding in status zouden stijgen, deden ouders van deze kinderen uit de midden- en lagere middenklasse veel moeite om zo'n opleiding aan het gymnasium te kunnen betalen. Hun moeite werd echter niet beloond omdat deze opleiding langzaam aan prestige verloor. En het was niet alleen dit deel van de middenklasse dat in status daalde, ook het beroep van Gymnasiumleraar verminderde in aanzien. Volgens Hans Blüher leverde dit voor veel leraren aan zijn school problemen op (22).

Door de reformpedagogiek komt de onvrede met deze ontwikkelingen naar buiten. Reformpedagogen zoals Ludwig Gurlitt, Max Pohl, Heinrich Albrecht en Gustav Wyneken beklagen zich allemaal over de toestand waarin het gymnasium zich op dat moment bevind (23). Het ideaal van de ware Bildung, Bildung in dienst van de geest, was volgens hen op de achtergrond geraakt. Het Gymnasium was verworden tot een soort leerfabriek, die alleen maar diende om de leerlingen voor te bereiden op de economisch-maatschappelijke strijd en het imperialistische hoera-patriotisme. Het onderwijs op de Gymnasia was te eenzijdig. Ware Bildung betekende een volledige ontplooiing van het individu.

De oorzaak van alle ellende lag volgens de reformpedagogen bij de industrialisatie. Die had de veranderingen in gang gezet. Het symbool van de industrieële maatschappij was de 'Grossstadt' dus het is logisch dat de kritiek zich hierop concentreerde. De jeugd kreeg van de reformpedagogen de taak om verandering in deze situatie te brengen. Vooral Wyneken heeft het over de "Eigenwert des Jugendalters" (24). De oudere generatie, verlamd door een verstard vasthouden aan verouderde normen en waarden, was hier volgens Wyneken niet toe in staat. Dit geloof in de vernieuwende kracht van de jeugd vind je niet alleen bij de reformpedagogen. Het was, zoals gezegd, een algemeen verschijnsel dat zich rond 1900 voordeed en het gevolg van een algemeen gevoel in een crisisperiode te leven.

De Wandervogelbeweging van Fischer leende zich er goed voor om de ideeën van de reformpedagogen in de praktijk te brengen. "Die Wandervogelbewegung ist, wie es die Jugend natürlich ist...rein gegenwartsbejahend, ohne Tendenz und Ziel. Sie muss ergänzt werden sozusagen von oben her durch eine Idee, die ihrer Kraft, Form und Richtung gibt" (25). In een bericht aan het 'Preussische Kulturministerium' schrijft Ludwig Gurlitt: "Zweck dieser Vereinigung ist, in der Jugend die Wanderlust zu pflegen, die Mussestunden durch gemeinsame Ausflüge nutzbringend und erfreulich auszufüllen, den Sinn für die Natur zu wecken, zur Kenntnis unsere deutschen Heimat anzuleiten, den Willen und die Selbständigkeit der Wanderer zu stählen, kameradschaftlichen Geist zu pflegen, allen den Schädigungen Grossstädten die Jugend bedrohen, als da sind Stubenhockerei und Müssiggang, die Gefahren des Alcohols und des Nikotins - um von Schlimmeren zu schweigen." (26).

Gurlitt benadrukt hier het pedagogische nut van de Wandervogelbeweging. Door het wandelen in de vrije natuur werden de kinderen afgeschermd van de verderfelijke invloed van de grote stad. Bovendien was de praktische kennis die zij opdeden van het volk en de Heimat een nuttige aanvulling op de feitenkennis die ze op school kregen.

Opvallend is in dit verband ook de conclusie van Gurlitt waarin zijn kritiek doorklinkt op de bestaande geestelijke situatie in Duitsland: "des Wandervogels scheint das zu sein, dass es ein frei wachsendes Gebilde ist, ein aus der deutschen Jugend selbst hervordringender Heilprozess gegen vererbte Unsitten und Schwächen, eine erscheinung, die wir Älteren mit stiller Freude beobachten und nach Kräften fördern sollten"... "So erwandern sie sich mit einer lebendigen Kenntnis eine innige Liebe für ihr Vaterland, erweitern ihren Blick, erheben sich über die Enge des Kastengeistes, des Standesdünkels, religiöser Unduldsamkeit, partikularistischer Beschränktheit und politischer Voreingenommenheit. Wir wüssten kein besseres Mittel, all diesen Schädigungen der deutschen Seele schon in der Jugend entgegenzuwirken, als eben ein frisches, gemeinsames Wanderleben." (27). Vevolgens roept hij alle leraren, ouders en vrienden van de jeugd op om de vereniging financieel te ondersteunen, waarmee zij een goede dienst kunnen doen voor het vaderland.

Na het voorafgaande zou ik willen concluderen dat de Wandervogelbeweging, althans zijn voorloper, ontstond uit een behoefte van de jeugd zich terug te trekken. Maatschappijkritiek of rebellie speelden toen nog geen rol. Maar nadat de 'fahrende Scholaren' in contact waren gekomen met de reformpedagogiek van met name Ludwig Gurlitt werd deze terugtrekking een vorm van rebellie. Maar het was geen autonome rebellie van de jeugd tegen het ouderlijk huis en de school. De Wandervogeljeugd gaf uitdrukking aan de problemen waarin de middenklasse was geraakt onder invloed van de maatschappelijke veranderingen. Het was dus eerder de rebellie van de middenklasse tegen een maatschappij die zij zelf had helpen opbouwen, maar waarmee ze uiteindelijk geen raad wist. De reformpedagogen hebben hierin de rol van bemiddelaar gespeeld.

Na deze fase waarin de reformpedagogen zich in de jeugdbeweging hebben gedrongen begon omstreeks 1910 een nieuwe periode. Op de universiteiten waren inmiddels ook Wandervogelgroepen opgericht, zoals de academische 'Freischaren'. Het waren deze oudere Wandervögel die zich gingen bezinnen op de ideologische betekenis van de Wandervogelbeweging.

Nu ontwikkelde zich een revolutionair geluid binnen de Wandervogelbeweging zelf. De revolutionaire boodschap bestond eruit dat de jeugd een missie had, een revolutionaire taak om de maatschappij te veranderen en ten strijde te trekken tegen de oudere generatie en tegen de school. De jeugd moest streven naar de verwezenlijking van 'die praktische verwirklichte Selbsterziehung in Jugendlichen Gemeinschaften'. Al met al werd er eigenlijk niets nieuws verteld. In veel uitspraken klonken weer de idealen van de reformpedagogen door. Ik zou daarom willen beweren dat de jeugdbeweging rond 1910 niet ineens heel revolutionair werd. Zij had slechts de oude idealen van de reformpedagogen geïnternaliseerd.