Error message

Deprecated function: The each() function is deprecated. This message will be suppressed on further calls in book_prev() (line 775 of /var/www/clients/client25072/web36725/web/home/modules/book/book.module).

Antisemitisme

In de periode van zijn breuk met het conservatisme begon Von Gerlach zich ook af te zetten tegen het antisemitisme. Later maakte Von Gerlach nooit een geheim van zijn eigen, antisemitische verleden. Herhaaldelijk legde hij er openlijke bekentenissen over af in Die Weltbühne en zijn autobiografische geschriften. Getuige ook dit citaat: 'Ich bin in meiner Jugend antisemit gewesen. Daraus brauche ich gar kein hehl zu machen. Dessen brauch ich mich auch nicht einmal zu schämen. Ich hätte ja ein politisches Wunderkind sein müssen, wenn ich, ohne Kenntnis der Juden und in ihrer Verachtung auferzogen, aus dem schlesischen Junkerschloss gleich mit beiden Füssen in die Demokratie hineingesprungen wäre.'

In dit citaat noemde Von Gerlach al een aantal redenen voor zijn antisemitisme. In de eerste plaats predestineerde zijn conservatieve milieu tot antisemitisme. Minachting voor joden was daar traditioneel en 'meide den Juden!' een gevleugelde uitroep van zijn vader. Deze denkbeelden waren nauwelijks op ervaring gebaseerd, want joden heeft Von Gerlach in zijn jeugd nooit ontmoet, afgezien van enkele huis-aan-huis verkopers.

In zijn studententijd kreeg zijn antisemitisme een idealistische dimensie. 'Ich wurde begeisteter Sozialreformer oder, was für mich damals dasselbe war, Antikapitalist. Und Antikapitalist war für mich gleichbedeutend mit Antisemit.' Joods-zijn stelde hij in die tijd gelijk aan materialisme, egoïsme en op winstbejag gerichte handel, kortom, kapitalisme. Daarbij kwamen ook nog de antisemitische preken van Stoecker, hoewel deze, volgens Von Gerlach, geen echte jodenhater was. Voor Stoecker was het antisemitisme een middel om de massa’s te winnen. Naast deze idealistische overwegingen speelde ten slotte ijdelheid nog een rol. Von Gerlachs ‘lidmaatschap’ van de antisemitische beweging bracht hem in contact met veel mensen die in het toenmalige Duitsland in hoog aanzien stonden.

Dat hij zich uiteindelijk tegen het antisemitisme keerde, was volgens Von Gerlach het resultaat van jarenlange ervaringen en beschouwingen. De ontmaskering van het antisemitisme noemde Von Gerlach een intellectuele en morele desillusie, omdat er iets verloren ging waar hij jarenlang in geloofd had. Hij begon steeds meer in te zien dat de jodenhaat voortkwam uit hersenspinsels waaraan iedere wetenschappelijke basis ontbrak en dat de antisemieten zelf macht probeerden te veroveren over de massa’s door middel van hun ideologie. In de tweede plaats speelde zijn ontslag uit het Pruisische ambtenarenapparaat een rol. Hij verliet daarmee een milieu waarin vooringenomenheid hoogtij vierde en kreeg de kans met alle mogelijke mensen, onder wie ook joden, in contact te komen. De enige joden die hij tot dan toe had leren kennen waren, volgens hem, de 'Jüdische Antisemiten' die 'hun geloof, hun naam en hun volk verloochenden' en die hem alleen maar hadden gesterkt in zijn verachting. Nu leerde hij, zo meende Von Gerlach, joden kennen die zich als werkelijke vertegenwoordigers van het jodendom gedroegen en hun joodse achtergrond niet ontkenden. Zij waren het die hem uiteindelijk van zijn jarenlange dwaling afbrachten. Tegen diegenen die zich sceptisch afvroegen of iemand ooit wel echt van het antisemitisme kon loskomen die zelf antisemiet geweest was, zei hij: 'Immun gegen die Masern ist nur, wer sie durchgemacht hat'.