Error message

Deprecated function: The each() function is deprecated. This message will be suppressed on further calls in book_prev() (line 775 of /var/www/clients/client25072/web36725/web/home/modules/book/book.module).

Oorlog en pacifisme

Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Von Gerlach nog met zijn gezin op vakantie in Bretagne. In Frankrijk noch in Engeland heerste een oorlogsstemming en op 27 juli 1914 vertrok hij nog naar Londen met de bedoeling van daaruit naar Ierland verder te reizen voor een studiereis. Toen de situatie toch kritiek bleek te zijn, keerde hij ijlings terug naar Berlijn. Hij hoopte daar in de kring van zijn Demokratischen Vereinigung beter ingelicht te worden over de situatie. Maar net als de rest van het Duitse volk bleken ook zijn geestverwanten voor het leeuwendeel bevangen te zijn door een hysterische, nationalistische stemming en een paranoïde angst voor spionnen en verraders. Zelfs Von Gerlach werd door zijn partijgenoten met argwaan bekeken vanwege zijn sceptische houding. Het feit dat ook intellectuelen en kunstenaars zich zo lieten meeslepen door de oorlogspsychose schokte Von Gerlach diep. Ook al keerden velen zich later weer af van het nationalisme en de vreemdelingenhaat, het bewijs was geleverd dat intelligentie en artistieke intuïtie geen garanties boden tegen de ergste kwaal: de 'Gehirnseuche' van de oorlogshysterie.

Studenten op Unter den Linden (Berlijn) verwelkomen op 1 augustus 1914 jubelend de oorlog.

Studenten op Unter den Linden (Berlijn) verwelkomen op 1 augustus 1914 jubelend de oorlog.

De grootste zorg voor Von Gerlach tijdens de oorlog was de vraag hoe hij Die Welt am Montag, een hervormingsgezind weekblad waarvan hij sinds 1903 hoofdredacteur was, voor een verbod door de militaire censuur kon behoeden. De legerleiding beschikte over bijna dictatoriale volmachten en kon iedere publicatie zonder opgave van redenen of protestmogelijkheden verbieden.

Von Gerlach wilde doorgaan met Die Welt am Montag maar moest zich daarvoor aan de censuur aanpassen. Terugblikkend vertelde hij zich herhaaldelijk te hebben afgevraagd of dit met zijn pacifistische overtuiging te verenigen was, maar hij rechtvaardigde zijn geschipper uiteindelijk met het argument dat het om het minste van twee kwaden ging. Hij hoopte dat het publiek tussen de regels door kon lezen.

Naast dit redactionele werk hield hij zich tijdens de oorlog bezig met de voedselproblematiek, die al snel na het uitbreken van de oorlog de kop opstak. Omdat hij erop rekende dat de oorlog lang zou duren, riep hij in november 1914 al op tot een vereniging van consumenten in een belangenbehartigende organisatie die ook inderdaad vrij snel tot stand kwam. Dankzij deze organisatie werd in januari 1915 de 'Brotkarte' ingevoerd, een distributiesysteem dat iedereen een minimum hoeveelheid brood garandeerde. Later werden hem deze activiteiten als een soort 'collaboratie' en ontrouw aan zijn pacifistische beginselen kwalijk genomen. Volgens een schrijver in Die Weltbühne droeg hij met zijn broodkaart alleen maar bij aan de verlenging van de oorlog. Von Gerlach verdedigde zich met de stelling dat er twee soorten pacifisme bestonden. Enerzijds was er het totale afwijzen van iedere betrokkenheid bij een oorlog. Anderzijds, en tot deze stroming rekende Von Gerlach zichzelf, kon men in een oorlog actieve dienst weigeren, maar zich wel inzetten voor de verzorging van de gewonden of het organiseren van een distributiesysteem om de nood van de stedelijke massa te verlichten.

Von Gerlach zelf zag zijn handelen niet als inconsequent. Zijn pacifisme dateerde van lang voor de oorlog. De oorlog verwierp hij niet zozeer vanuit ethische motieven, want hij was zoals hij zelf zei 'Politiker und nicht Student der Moraltheologie', maar vanuit praktische overwegingen. Een oorlog was even nadelig voor de overwinnaar als voor de overwonnene en daarom onder alle omstandigheden een slechte zaak.

Hij steunde ook het ideaal van een Volkerenbond. Het grote probleem was, naar zijn mening, de anarchistische wereldordening waarin iedere staat de andere de oorlog kon verklaren dankzij het principe van de soevereiniteit.

De oorlogservaringen bevestigden Von Gerlach in zijn pacifistische overtuiging dat oorlog het grootste politieke kwaad was. Om die reden was hij ook tijdens de oorlog actief binnen drie verschillende vredesorganisaties die successievelijk ver­boden werden: Die Deutsche Friedensgesellschaft, Bund Neues Vaterland (waarin plannen werden gesmeed voor de democratische omvorming van de staat na de oorlog) en de Zentralstelle Völkerrecht die in 1916 was opgericht. Veel konden de Duitse pacifisten in de oorlog niet uitrichten omdat ze gedwongen waren binnen de grenzen van de legaliteit te opereren.