Het lot van Heidi Krieger

Heidi Krieger kon haar geluk niet op toen ze in 1979 op 13-jarige leeftijd een uitnodiging kreeg van het befaamde sportinternaat Dynamo in Oost-Berlijn om zich daar verder te bekwamen in het kogelstoten. De trainers waren uiterst tevreden over haar prestaties en aan het einde van het tweede jaar drukte de coach haar in zilverpapier gevouwen blauwe pilletjes in de hand, die haar zouden helpen nog beter te worden. Ze kreeg het advies ze op gezette tijden in te nemen. Het waren, zo zei hij, vitaminepreparaten 'die haar kracht vergroten en de trainingsstress verminderden'. Dat de pillen haar kracht vergroten, klopte. Heidi's spiermassa nam vanaf dat moment snel toe en in sportief opzicht maakte ze grote sprongen. In 1980 stootte ze de kogel tot 11,93 meter, een jaar later tot 15,50 meter en in 1982 landde hij al op 18 meter. Er veranderde nog meer. De toonhoogte van haar stem daalde, haar gezicht en handen groeiden en de beharing op haar lichaam en gezicht nam toe. Haar nieuwe, veel mannelijker uiterlijk ontging ook anderen niet. Als ze in een rok over straat ging, versleten mensen haar voor travestiet en als ze naar een wc vroeg, verwezen ze haar naar die voor mannen. Ze kreeg ook te kampen met hevige stemmingswisselingen. Toch stelde Heidi geen vragen over de pillen die ze slikte; ze bleef geloven dat het vitaminepillen waren. Ze vertrouwde de trainer en bovendien, in het Oost-Duitsland van voor de val van de muur stelde je geen vragen. Krieger zegt daarover: 'We stelden geen vragen over de pillen, want in de DDR werd van je verwacht dat je de coaches vertrouwde. Niemand vroeg zich af: "is dit gevaarlijk voor me?" De trainers zeiden dat de pillen belangrijk waren om ons fit en gezond te houden. Het kwam niet eens in mijn hoofd op dat ze gevaarlijk zouden kunnen zijn. We deden ongelooflijk zware krachttrainingen, dus ik dacht dat de reden was dat ik zoveel spieren en kracht ontwikkelde'. Dat dachten ook haar vriendinnen op het trainingscentrum met wie hetzelfde gebeurde. Niemand deed ook moeilijk over de urinemonsters die ze in moesten leveren voordat ze afreisden naar grote wedstrijden in het buitenland. Dat moesten ze doen zodat artsen konden vaststellen dat ze 'fit en gezond' waren.

De felicitaties van Honecker

In sportief opzicht ging het fantastisch met Heidi. In 1986 werd ze Europees kampioen kogelstoten en ontving ze van de hoogste DDR-baas, Erich Honecker zelf, een telegram waarin hij zijn 'liebe sportfreundin heidi krieger' feliciteerde. Psychisch ging het echter bergafwaarts met haar. Afgezien van de onverklaarbare stemmingswisselingen, kampte ze met een lichaam waarin ze zich steeds minder thuis voelde. Wat was ze? Man of vrouw? Ze viel op vrouwen, maar ze had niet het gevoel dat ze lesbisch was. Het was alsof ze in het lichaam van een vreemde terecht gekomen was. Ondertussen ging ze door met het slikken van de blauwe pillen en beulde ze zich af tijdens de trainingen. Dat begon fysiek zijn tol te eisen. In 1991 had ze zo'n last van knieën, heupen en rug dat ze, 25-jaar oud, een punt achter haar sportcarrière moest zetten.

Doping?

Op het moment dat Heidi stopte stak berichtgeving over massaal dopinggebruik door DDR-atleten al steeds hardnekkiger de kop op. Heidi kreeg van haar moeder het boek Doping-Dokumente met de opmerking: 'Du stehst da drin'. Maar Heidi zelf bleef tegenover anderen en zichzelf ontkennen dat zij ooit doping had gebruikt. De verhalen over 'Hormon-Heidi' deed ze af als kwaadaardige propaganda. Had ze niet keihard gewerkt om op het hoogste podium te komen? Had ze de top niet bereikt dankzij haar talent en doorzettingsvermogen?

Ondertussen werd haar verwarring over haar sekse steeds groter. Aldoor die vragen: wat was ze? Man of vrouw? Hetero of lesbisch? Toen ze met een psycholoog een gesprek had over een sekseverandering vroeg hij: 'Dus je wilt van een man veranderen in een vrouw?' Ze zonk in zo'n diepe depressie dat ze meerdere malen zelfmoord overwoog.

Staatsplanthema 14.25

Tijdens de Koude Oorlog werd de strijd tussen Oost en West, tussen communisme en kapitalisme, ook op het hoogste sportieve podium uitgevochten. Hoewel de DDR qua inwonertal vergelijkbaar was met Nederland wilde het land op sportief gebied concurreren met Olympische reuzen als de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Een Olympische overwinning = een socialistische overwinning, was de gedachte. En zo ging het.

In een verordening uit 1974 met de naam Staatsplanthema 14.25 kregen Oost-Duitse wetenschappers en artsen de opdracht dopingmiddelen te ontwikkelen. Sporters werden op jonge leeftijd geselecteerd om de socialistische heilstaat op te stuwen in de vaart der volkeren en vervolgens volgestopt met middelen die ervoor zorgden dat ze oneindig lang konden trainen zonder echt moe te worden of hersteltijd nodig te hebben. Sportartsen en trainers moesten contracten ondertekenen die hen dwongen tot geheimhouding en uitvoering van het centraal geleide dopingprogramma. Ze werden vervolgens in de gaten gehouden door agenten van de Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst. De gevolgen voor de sporters waren evident: sommige atletes kregen zulke lage stemmen dat ze na sportwedstrijden geen interviews meer mochten geven. Ook andere ernstige bijwerkingen waren bekend, maar die werden genegeerd. Het doel, 'de klassenvijand' overwinnen uit naam van het 'real existierende Sozialismus', heiligde alle middelen. Artsen, trainers en atleten spraken niet over Olympische wedstrijden maar over 'Sportpolitische Höhepunkte'.

Het doel dat de socialistische leiding voor ogen stond, werd gehaald. In de tweede helft van de jaren 1970 schoot het land als een komeet omhoog in de medailleklassementen. Bij de Olympische Spelen van 1972 haalde de DDR 13 gouden plakken binnen. Vier jaar later keerde de DDR-ploeg met maar liefst 90 medailles huiswaarts, waarvan 40 gouden. Dat waren er meer dan de VS wonnen.

Sportlerin 54

Heide Krieger werd in 1981, op haar 16e, als 'Sportlerin 54' opgenomen in het dopingprogramma van de DDR. De blauwe pilletjes die ze vanaf dat moment van haar trainer kreeg, heten Oral-Turinabol. Ze bevatten geen vitaminen, maar anabole steroïde, een middel dat is afgeleid van het mannelijk hormoon testosteron. In 1983 kreeg Heidi Krieger in 22 weken 1820 milligram Oral-Turinabol binnen. Ze werd Europees jeugdkampioen kogelstoten en discuswerpen.

 

Ondertussen was er in Leipzig iemand die zich zorgen maakte over het welzijn van de minderjarige Krieger. De sportwetenschapper Lothar Hinz schreef in een vertrouwelijk onderzoek dat het vroegtijdig innemen van deze pillen slecht was, omdat haar lichaam nog niet volgroeid was. Ook de hoge doses vond hij zorgwerkend. Volgens hem mocht de grens van 1000 milligram anabole steroïde per jaar 'in geen enkel geval overschreden worden'. De trainer van Krieger trok zich echter niets aan van deze woorden. De Berlijnse sportartsen gaven Heidi in 1984 in 29 weken nog eens 2590 milligram Oral-Turinabol. Volgens dopingexpert Werner Franke was dat 1000 milligram meer dan Ben Johnson in 1988 had genomen voordat hij betrapt werd. Volgens diezelfde Franke is het heel goed mogelijk dat een volkomen normaal meisje transseksueel wordt als het tijdens de pubertijd zulke extreme doses testosteron krijgt toegediend (zie hier een interview met  onder andere Krieger en Werner Franke).

De slachtoffers

Krieger is een van de opvallendste slachtoffers van het door de DDR-staat georganiseerde dopingsysteem, maar ze is niet de enige. Integendeel, Volgens schattingen - op grond van documenten die na de val van de Berlijnse muur in het Stasi-archief werden gevonden - werden meer dan 10.000 atleten over een periode van 20 jaar gedrogeerd met het blauwe pilletje Oral-Turinabol en andere dopingmiddelen. Net als Heidi Krieger zeggen ook veel andere DDR-atleten dat dit gebeurde zonder dat ze het wisten. Ze kregen allemaal te horen dat het vitaminepillen waren. Voordat de atleten mochten afreizen naar een sportpolitischer Höhepunkt in het buitenland moesten ze hun urine inleveren om te testen of de anabole steroïde uit hun lichaam verdwenen was. Als er dan nog sporen van doping werden aangetroffen, mocht zo'n atleet niet vertrekken. Dan heette het dat hij of zij plotseling ziek was geworden. In al die jaren is door dit systeem slechts 1 DDR-atlete betrapt op het innemen van mannelijke hormonen.

In 2000 werden Manfred Ewald en Manfred Höppner, de twee leiders van het DDR dopingprogramma, veroordeeld wegens het opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel aan meer dan 140 vrouwelijke atleten. Sommige van hen hadden vanaf hun 11e mannelijke hormonen gekregen, vaak in duizelingwekkend hoge doses. Nog veel meer voormalige atleten kampen sindsdien met de bijwerkingen van deze anabole steroïden. Niet alleen hun stem en lichaamsbeharing waren veranderd, ze kampten met klachten variërend van nierschade en hartkwalen tot ernstige tumoren. Sommige waren onvruchtbaar geworden, anderen bevielen van kinderen met misvormde lichaamsdelen. De vrouwen voelden zich stuk voor stuk misbruikt en mishandeld. Voor hen was het dan ook bijna onverteerbaar dat de leiders van het dopingprogramma en andere betrokkenen slechts voorwaardelijke straffen kregen.

Tijdens de processen zei de voormalige zwemster Carola Beraktschjan: 'het is huiveringwekkend wat ze met ons deden. Ik slikte 30 pillen per dag. Ze zeiden dat het vitamines waren. En er was geen sprake van dat je ze niet in zou nemen. Het was duidelijk dat je het spel volgens de regels moest spelen. Wij waren het middel waarmee moest worden aangetoond dat het socialisme beter was dan het kapitalisme. Wat er met ons lichaam gebeurde was totaal ondergeschikt aan dat politieke doel.'

Andreas Krieger

Heidi Krieger had in 1997 de knoop doorgehakt. Ze liet zich op de operatietafel volledig ombouwen tot man. Over die stap zei ze: 'Ik was niet langer Heidi Krieger. Ik wist niet meer wie ik was. De pillen versterkten de transseksuele neiging die ik misschien al had. Ik was niet meer in staat me met mijn lichaam te identificeren en daarom onderging ik een sekseverandering.' Ze ging voortaan als Andreas Krieger door het leven. In 2002 trouwde hij met Ute Krause, een voormalig zwemster en eveneens slachtoffer van Staatsplanthema 14.25.

 

 

Bernadette Hijstek | Januari 2011