Hans van Mierlo. Erflater in de politiek

Actie 'rookbom'

1966: In de vroege morgen van de 10e maart maken vele duizenden mensen zich op voor een dag die velen jaren later nog in het geheugen gegrift zal staan; het is de dag waarop het huwelijk van Prinses Beatrix en Claus von Amsberg in de Westerkerk in Amsterdam wordt ingezegend. De meeste mensen die zich naar het centrum van Amsterdam begeven dragen het koninklijk echtpaar een warm hart toe, zij verdringen zich om een mooi plekje langs de route. Anderen, waaronder Republikeinen en oorlogsslachtoffers, stellen zich strategisch langs diezelfde route op om door middel van spandoeken met daarop de klassieker 'M'n fiets terug!', hun ongenoegen over de herkomst van Bea’s aanstaande tot uitdrukking te brengen. Honderden politiemannen krijgen die ochtend de laatste instructies voor een vlekkeloos verloop van de dag. Provo Hans Tuynman neemt voor dag en dauw met enkele kameraden het scenario van actie ‘rookbom' door. Deze moet in de Raadhuisstraat, op het moment dat de koets passeert, tot ontbranding komen. Bij De Dokwerker houden weer anderen een laatste demonstratie tegen het voorgenomen huwelijk. Eén van de aanwezigen daar is de journalist Hans van Mierlo, verslaggever en samensteller van de opiniepagina van het Algemeen Handelsblad. 'Daar heb ik meegemaakt hoe het ontstaan is. De eerste rookbom. Het sliertje mensen dat opmarcheerde naar de Dam en dat steeds groter werd. Tot twaalf uur ‘s middags heeft de politie zich perfect gedragen...Later, bij het Handelsblad. is het uit de hand gelopen, zijn er charges uitgevoerd. Daarna ben ik om vier uur naar het Rokin gegaan en daar is toen een veldslag geleverd.” 

Rookbom in de Raadhuisstraat (1966)

Protest en democratisering

Voor Amsterdam was 1966 het rumoerigste jaar na de oorlog. Het begon een jaar eerder met de verschijning van een stencil waarin Provo werd aangekondigd. Een van de ondertekenaars was Roel van Duijn. Met losse pamfletten en curieuze ‘happenings’ op het Spui wist Provo de autoriteiten te provoceren en de aandacht op zich te vestigen. In maart 1966 volgden de acties tegen het voorgenomen huwelijk van Beatrix en Claus; een paar maanden later ontaardde een bouwvakkerstaking in Amsterdam in een regelrechte oproer. In 1967 viel provo uiteen, maar het protest van jongeren ging door. Provo werd opgevolgd door de Kabouterpartij. Vanuit Amerika waaide de Anti-Vietnambeweging over. De PSP had in 1965 het opzienbarende Zwartboek Vietnam uitgebracht en was in 1966 de initiatiefnemer van de radicale ‘Actiegroep Vietnam’ en in 1967 van het gematigder ‘Comité Vietnam’. Harry Mulisch stelde in 1966 in Bericht aan de Rattenkoning de regentenmentaliteit van de gevestigde orde aan de kaak. Twee jaar later verscheen van zijn hand opnieuw een boek waarin hij een bijzonder onconventioneel standpunt innam: Het woord bij de daad: Getuigenissen van de revolutie op Cuba. Hierin koos Mulisch onvoorwaardelijk partij voor de Cubaanse leider Fidel Castro. Weldra kruiste Mulisch het pad van Van Mierlo die zelf op een punt was aanbeland waar politiek engagement moest worden omgezet in daden.

Met de klok mee: (1) Bouwvakkersoproer op 14 juni 1966. (2) Provo won op 1 juni 1966 1 zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. In 1966 verscheen Bericht aan de rattenkoning van Harry Mulisch. Demonstratie van Actiegroep Vietnam op 18 september 1966.

De roep om democratisering en inspraak werd in de tweede helft van de jaren zestig steeds luider en de relatief gesloten 'regentenklasse' kwam onder zware druk te staan. Het gezag reageerde met bruut geweld. De politie timmerde er elke keer lustig op los en er waren een hoop mensen in Nederland die dit optreden nog veel te zachtzinnig vonden. Op allerlei terreinen van het maatschappelijk leven deden zich dezelfde processen voor: in de kerk, op school, aan de universiteiten, in het bedrijf en in verenigingen werd gezag en ‘leiderschap’ ter discussie gesteld. De politiek bleef niet buiten schot. Binnen enkele partijen kwamen nieuwe stromingen op, die tot radicalisering van die partijen leidden (zoals Nieuw Links binnen de PvdA) en er werden nieuwe partijen opgericht (PSP, D66 en PPR). Deze ontwikkeling had tot gevolg dat de verhouding tussen partijen moeilijker werd. Waar de hoge heren het vroeger onderling eens werden, trad nu een politieke polarisatie in standpunten op waarbij de kiezers het voor het zeggen kregen.

Drastische vernieuwing

De journalist Hans van Mierlo was onder de indruk van het verzet van jongeren en hij was vooral verbaasd over de reactie van 'het gezag’ daarop. Hans van Mielo was toen vijfendertig jaar. Zijn wortels lagen in Breda. Daar was hij geboren in een betrekkelijk welvarend, katholiek steenbakkergezin. Vlak na de oorlog ging hij naar het Canisiuscollege in Nijmegen en in dezelfde stad studeerde hij rechten. In 1960 kon hij als journalist aan de slag bij het Algemeen Handelsblad. Enkele weken na de roerige gebeurtenissen op de tiende maart organiseerde hij, als samensteller van de opiniepagina van het Algemeen Handelsblad, een “Gesprek over gezag en publiek’. Deelnemers waren de criminoloog Buikhuizen, de publicist Anton Constandse, rector magnificus van de UvA Van der Hoeven, studentenpastor Van Kilsdonk, journalist H.J.A. Hofland (op dat moment ook adjunct-hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad), president van de Amsterdamse rechtbank Stheeman en hoofdredacteur Steketee van het Handelsblad. Van Mierlo noemde het gesprek later 'voor mij uiterst onthullend, een katalysator in een bewustwordingsproces'. Van Mierlo kwam tot de conclusie dat de Nederlandse politiek toe was aan een drastische vernieuwing. De plek waar daar druk over werd gedebatteerd was Café Hoppe. Er ontstond hier een ‘clubje’ waarin de politieke vernieuwing een ‘hot item’ was. Han Lammers herinnerde zich later dat iemands plek in Hoppe nauw samenhing met diens politieke overtuiging: 'De PvdA-ers zaten een beetje voorin, de VVD’ers stonden meer naar achteren, bij de WC’s. Van Mierlo zat er een beetje tussenin, maar neigde toch meer naar de VVD-hoek, want daar stond Gruijters ook'.

In het midden met bril Hans Gruijters. Rechtsachter Café Hoppe.

Van Mierlo leerde Hans Gruijters kennen op de redactie van het Algemeen Handelsblad waar Gruijters op dat moment chef van de buitenlandredactie was. Ze waren even oud en hadden een vergelijkbare achtergrond: een katholieke opvoeding in het zuiden des lands. Politiek behoorde Gruijters tot het meer vooruitstrevende deel van de VVD. Hij trok zich weinig aan van dat wat men passend vond binnen de VVD. In ‘64 werkte hij mee aan het boek Slaags met de politie dat het Amsterdamse korps als dom, bekrompen en gewelddadig afschildert. Een uitnodiging voor de receptie ter ere van het huwelijk van Beatrix op 10 maart sloeg hij af omdat hij 'wel wat beters te doen' had. Deze actie maakte hem buitengewoon populair bij links Nederland, maar de VVD was ‘not amused’. Toxopeus, leider van het liberale volksdeel, zette hem dan ook per direct uit de partij.

Iets politieks ondernemen

Op 30 april kwam deze politicus zonder partij samen met Van Mierlo en elf andere vrienden bijeen in Hotel Krasnapolsky. Ze wilden een soort actiepartij oprichten, ‘iets’ politieks ondernemen, maar ze hadden nog lang niet een concreet doel voor ogen. De overeenkomst tussen de dertien heren(!) was dat ze in politiek opzicht nergens echt bij hoorden. Ze waren te oud en te deftig voor Provo, niet socialistisch genoeg voor de vernieuwers binnen de PvdA en te progressief voor de rechterzijde van het politieke spectrum. Op deze eerste bijeenkomst stond de slecht functionerende democratie en staatkundige vernieuwing centraal. Een aantal verliet de club, anderen kwamen erbij in de weken die volgden en uiteindelijk ontstond een groep van 36 personen die verder wilden praten over politieke vernieuwing. De groep besloot een verklaring of manifest op te stellen, waarmee politiek Nederland wakker geschud moest worden. Een politieke partij was op dat moment nog niet ‘in the picture’. De club werkte de hele zomer door aan het manifest. Van Mierlo werd tot voorzitter van de putschisten gebombardeerd, omdat hij, naar zijn zeggen, geen goede smoes wist te verzinnen om het niet te doen. Achteraf zei hij over zijn nieuwe functie als voorzitter: 'ik vind het wel het opwindendste avontuur dat ik ooit beleefd heb. Politiek, daar wil ik iets eerlijks en opens van maken. In ons land wordt politiek geassocieerd met alles wat lelijk is. Politiek stinkt voor de gewone mens. Dat krijg je ook met al dat gedraai en dat gewichtig doen met geheimpjes'.

Uitgekookte PR

Op 15 september 1966 presenteerde de groep in Nieuwspoort een tekst onder de titel “Appèl. Aan iedere Nederlander die ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democratie “. Aan de presentatie van het rapport ging een uitgekookte P.R. actie vooraf. Van Mierlo had daartoe in de loop van 1966 contact gezocht met Martin Veltman, copywriter van het reclamebureau FHV.

Dit reclamebureau, dat Giep Franzen, Nico Hey en Martin Veltman in 1962 oprichtten, bracht een geweldige revolutie teweeg in het stofnest dat de Nederlandse reclamewereld toen was. FHV was op Amerikaanse leest geschoeid. Hier zwaaide niet een almachtig zakelijk directeur de scepter, er werd gewerkt vanuit een team. De tekstschrijver, vormgever en zakelijk leider bepaalden gezamenlijk de campagne en namen in nauw overleg de beleidsbeslissingen. FHV zette - en dat was ook nieuw - creativiteit voor alles. Maar, zo zei Veltman later, 'Onze producten zijn nooit het resultaat van de briljante inval (des ‘s nachts genoteerd op het nachtkastje). Het is altijd het resultaat van consequent denken. Intelligentie is een belangrijker ingrediënt dan artisticiteit.' De reclames van FHV hadden een nieuw elan, waren provocerend, weken af van het geijkte stramien, hadden meer humor. kortom die waren anders. De reclames die FHV maakte voor Albert Heijn zaten niet volgestopt met producten, prijzen en kortingen, zoals gebruikelijk was bij reclames voor kruideniers. FHV koos voor één product en vestigde daar in tekst alle aandacht op. Een machtig wapen van FHV was Martin Veltman. Een aantal van zijn slogans hebben hem inmiddels overleefd (hij overleed in 1995), zoals 'Heerlijk Helder Heineken' en ''s lands grootste kruidenier blijft op de kleintjes letten'. Door haar aanpak slaagde FHV erin 'exotische' producten als asperges en sherry, die daarvoor onbekend waren, in Nederland te introduceren bij het grote publiek. Tekenend voor de kracht van FHV en Veltman was hun betaalkaartcampagne in 1969. De betaalkaart was een compleet nieuw product, waaraan FHV binnen de kortste keren bekendheid gaf door een campagne die aan duidelijkheid niets te wensen overliet: ‘wie wil betalen toont zijn betaalpas en betaalt met betaalkaart'. De verschijning van dit product geeft de verandering weer die het gedrag van de Nederlandse consument in de jaren zestig onderging. De naoorlogse periode van (loon)matiging, zuinigheid en eenvoud leek voorgoed voorbij. Een dubbeltje hoefde niet meer eerst drie keer omgedraaid te worden alvorens het uitgegeven kon worden, integendeel cash money was niet eens meer nodig om te kopen wat men wilde. In de ‘slipstream’ van de veroverde welvaart volgde het kopen op krediet en het grote ‘rood-staan’. Het is duidelijk dat FHV met haar campagne een aanzienlijke bijdrage leverde aan dit nieuwe consumentisme.

Een van de opmerkelijkste klanten van FHV was D'66. Het verhaal voor het Appèl, dat op 15 september gepresenteerd moest worden, zat wel in grote lijnen in het hoofd van Van Mierlo, maar hoe trok je met zo’n tekst de aandacht van het grote publiek? Veltman had hiervan meer dan wie ook kaas gegeten dus stapte Van Mierlo in 1966 op hem af. Veltman schreef vervolgens de pakkende tekst van het Appèl. De reacties waren indrukwekkend. Binnen tien dagen had één derde van de Nederlanders ervan gehoord.

Het bleef een turbulente tijd voor Van Mierlo. In de nacht van 11 op 12 oktober viel het kabinet Cals over de beruchte motie van Schmelzer. De val van het kabinet leek een bewijs voor de stelling van D66 dat het politiek bestel vermolmd en in wezen ondemocratisch was. Acht dagen later richtten de ondertekenaars van het Appèl een nieuwe partij op: D66. Er moest nog wel het een en ander geregeld worden: er was nog geen kandidatenlijst, geen gekozen partijbestuur, geen verkiezingsprogramma en geen plannen voor een campagne.

Het eerste partijcongres dat op 17 december werd gehouden, ontaardde in een regelrechte chaos. Een enorme hoeveelheid amendementen, subamendementen, moties, verklaringen, ideeën, voorstellen en plannen, die aaneen geregen moesten worden in een samenhangend verkiezingsprogramma, passeerden de revu. Na twee dagen vergaderen was men er nog niet uit dus keerden de kersverse partijleden een week later terug in hotel Krasnapolsky om de arbeid voort te zetten. Hier werd van Mierlo met een overweldigende meerderheid tot lijsttrekker gekozen.

D-sexy­sex

Voor de verkiezingscampagne klopte Van Mierlo andermaal aan bij Veltman. Over de presentatie van D66 en haar voorman Van Mierlo zei Veltman later: 'We hebben gezorgd dat D66 helemaal Van Mierlo was”.. .“Hij heeft een warme personality, een uitstekende stem. Hij is bescheiden en toch indringend. En hij is prachtig natural in zijn acting. Toen we die televisiefilm met hem maakten bleek - en dat was niet eens helemaal een verrassing - dat hij geen cameravrees had   De spanningen waaraan hij tijdens de verkiezingen bloot heeft gestaan waren immens. Maar hij genoot van die spanning. Hij vond het tegelijk vreselijk en prachtig.' Veltman reduceerde de punten die Van Mierlo tijdens de campagne onder de aandacht van het grote publiek wilde brengen, tot twee punten: de gekozen minister-president en het districtenstelsel. Het ging Veltman om de USP (Unique Selling Point), het exclusieve verkoop argument, van D66 en dat was de politieke vernieuwing én natuurlijk Van Mierlo zelf. Niets werd tijdens de campagne aan het toeval overgelaten. 'We hebben doelbewust op onze verkiezingspamfletten gewerkt met mr. Hans van Mierlo. Dat mr. geeft gezag, dat Hans heeft iets modems, iets jongensachtigs. Je hebt natuurlijk een enorm geluk als je iemand als van Mierlo moet verkopen'.  

Er werd ook een filmpje gemaakt. Bij de eerste bespreking van het filmpje zaten Veltman, Gruijters, regisseur Leen Timp en cameraman Wim van der Linden. Uitgangspunt was een wat morsig uitziende jongeman die het beste voor had met de democratie en daarvoor een partij had opgericht. Leen Timp kwam op het idee om Van Mierlo te volgen op zijn weg naar de NTS-studio voor de opname. Onderweg kon hij hardop denken over dat wat er mis is met de democratie. Veltman schreef de tekst voor deze ‘monologue interieur’.

Reclamespot D66 (1966)

Van Mierlo verkocht D66 op de door hem en zijn partijgenoten gesignaleerde politieke onvrede die op grote schaal onder het volk zou leven. Het medicijn tegen deze onvrede heette ‘staatkundige’- of ‘politieke vernieuwing’ met als belangrijkste ingrediënten pragmatisme en overzichtelijkheid. Van Mierlo wilde af van het eindeloze politieke geneuzel dat coalitievorming in het bestaande systeem met zich meebracht. Om dit te bereiken moest de politiek worden teruggebracht tot twee partijen, een progressieve en een conservatieve, die niet gehinderd zouden worden door enige ideologische ballast. Het middel tot dit doel was volgens D66 het districtenstelsel.

James Dean op Times Square (Dennis Stock, 1955)

Met enige jaloezie keken andere partijen toe hoe Van Mierlo met de kiezers aan de haal ging door een reclameachtige campagne, die op dat moment uniek was in de Nederlandse verkiezingsgeschiedenis. Maar het was eerder vertoond en wel bij de man met wie Van Mierlo vaak werd vergeleken: John F. Kennedy. In de strijd tussen Kennedy en Nixon was de manier waarop Kennedy gebruik maakte van het nieuwe massamedium televisie van doorslaggevende betekenis. In de vele televisiedebatten werd Kennedy bekend bij het grote publiek en ze toonden aan dat hij - de jongste presidentskandidaat ooit - niet te jong was voor het zware ambt. Bovendien beseften de campagnestrategen rond Kennedy dat de kijkers in veel gevallen meer letten op de verpakking dan op de inhoud en die verpakking was bij Kennedy uitstekend verzorgd. Ook Veltman presenteerde Van Mierlo in 1966 als 'de verpakking van een product' en het werkte. Het filmpje werd een klassieker, de gehele campagne een overweldigend succes. D66 kwam in 1967 met zeven zetels in de kamer. Die overwinning werd uitbundig gevierd in Krasnapolsky. Op een foto die toen werd gemaakt, straalt Van Mierlo van geluk, terwijl uit zijn opgestoken rechterhand een bierfles steekt. Die foto ging de hele wereld rond en haalde zelfs de voorpagina van de New York Times. Volgens die krant was de onofficiële slogan van D66 D-sexy­sex, een verwijzing naar de magische aantrekkingskracht die Van Mierlo op het vrouwelijke deel van het electoraat zou hebben.

Van Mierlo viert de verkiezingsoverwinning in Krasnapolsky (15 februari 1967)

Wat bedoelt de minister?

De frisse en vernieuwende aanpak die D66 kenmerkte tijdens de verkiezingscampagne werd voortgezet in de Tweede Kamer. De stijl van D66-politici was een stuk losser dan die van de andere politici. D66-ers vielen de minister in de rede wanneer ze hem niet begrepen. 'Wat bedoelt de minister? Kan hij dat nog eens uitleggen?’ D66 interpelleerde ministers, riep ze naar de Tweede Kamer en voelde ze aan de tand over wat voor onderwerp dan ook. Van Mierlo bleek een meesterlijk debater. Hij zette de toon voor een ander soort kamerdebat.

De drie belangrijkste zaken die Van Mierlo tussen 1967 en 1973 bezighielden, waren staatkundige vernieuwing, milieuvervuiling en de progressieve samenwerking. De staatkundige vernieuwing die hem voor ogen stond, kwam niet van de grond, maar het idee had wel een geweldig effect. Andere partijen kraaiden de leus ‘politieke vernieuwing’ al snel na. Op een foto uit die tijd zien we CHU­-aanvoerder Udink op de trappen voor het Nationaal Monument op de Dam in gesprek met een hippiestel. Freule Wttewaal van Stoetwegen, vosje om de hals, bosje rozen in de hand, zit zich een eindje verderop te verbazen over de nieuwe wereld om haar heen. De PvdA kwam met een serieuzere poging in het rapport ‘Een stem die telt’, maar daarin waren wel weer veel D66-plannen terug te vinden. Van na-apers had D66 vaker last. In 1971 riep Van Mierlo: 'Eerlijk delen in een schoon land'.  Een jaar later kwam de PvdA met het devies: ‘eerlijk delen'.

Van Mierlo in de Tweede Kamer (22 juni 1967)

Het milieubeleid werd volgens Van Mierlo pas in 1971 voor het eerst in volle omvang in de kamer aan de orde gesteld en volgens Van Mierlo door niemand minder dan hemzelf. Alhoewel de Waddenvereniging al in 1965 was opgericht. Begin jaren zeventig kwamen in meerdere opzichten de grenzen aan de groei in zicht. Het einde aan de naoorlogse periode van economische voorspoed, die zich al in de jaren zestig had aangekondigd, werd in de jaren zeventig duidelijk voelbaar. Op de welvaart bleek bovendien een dure prijs te staan in de vorm van een snel verslechterend leefklimaat met vervuilde grond, lucht en water. Bij het grote publiek drong dit in feite pas een decennium later door toen de ene na de andere milieuramp zich aangekondigde. Lekkerkerk, Griftpark, Volgermeerpolder en duizenden anderen giftbelten, aantasting van de ozonlaag, verhoogd broeikas effect, uitstervende diersoorten, zure regen, opdrogende energiebronnen, een snel inkrimpend tropisch regenwoud waren structureel. Daarnaast deden zich talloze verontrustende incidenten voor in onder andere Tsjernobyl, Basel en Alaska.

Toen Van Mierlo in een vlammend betoog in de Tweede Kamer een apocalyptisch toekomstbeeld schetste en daarmee de milieuvervuiling op de politieke agenda zette, was het 1971. Bijna niemand maakte zich op dat moment ‘zorgen voor morgen’. Bijna niemand, want in 1972 kwam er wel een belangrijk signaal uit Rome. Daar publiceerde een vooraanstaand gezelschap van wetenschappers. industriëlen en ambtenaren, beter bekend als de Club van Rome, het rapport ‘De grenzen aan de groei’. Dat rapport repte op alarmerende wijze over de snel verslechterende gezondheidstoestand van Moeder Aarde. Van Mierlo was geweldig onder de indruk van dit rapport. Dat bleek vooral op 11 september 1971 toen hij een rede hield voor de Christelijke Jonge Werkgeversvereniging. ‘In die tijd was ik totaal bezeten van de Club van Rome, die in dit stadium nog totaal onbekend was.. .Het rapport moest nog verschijnen, maar ik had voorinformatie gekregen en die gegevens had ik in mijn speech verwerkt.” Voor het gehoor van beginnend ondernemers schetst Van Mierlo een maatschappelijk doemscenario waarin de ondernemer de rol van ‘bad guy’ speelt. Op deze bijeenkomst ontmoette hij Ruud Lubbers. Tussen hen ontstond een levenslange vriendschappelijke band.

Onder vuur

De progressieve samenwerking die Van Mierlo van meet af aan nastreefde, leek in 1971 tot stand te komen met de vorming van het zogeheten Schaduwkabinet. PvdA, PPR en D66 vormden enkele weken voor de verkiezingen van april 1971 een schaduwkabinet dat achter de regeringstafel zou komen als deze drie partijen de verkiezingen zouden winnen. Maar dat deden zij niet en een deel van Van Mierlo’s achterban kon weer opgelucht ademhalen. Binnen D66 was namelijk lang niet iedereen gecharmeerd van samenwerking met de PvdA, het kwam hen voor dat Van Mierlo de partij uitleverde aan de PvdA. Ook van de zijde van de PvdA raakte de liefde voor Van Mierlo's plannen in rap tempo bekoeld. Maar Van Mierlo kreeg een jaar later een herkansing door de vrij plotselinge val van het kabinet Biesheuvel. Er volgden afmattende onderhandelingen tussen het PvdA, PPR en D66 over het gezamenlijke verkiezingsprogramma Keerpunt 72. Dit luidde echter vooral een keerpunt in voor D66. De partij werd bij de verkiezingen van november 1972 gehalveerd. Binnen D66 nam de kritiek op Van Mierlo toe. Zijn criticasters verweten hem te solistisch optreden. In zijn eentje joeg hij grote schema’s en idealen na en hield daarbij te weinig rekening met persoonlijke gevoelens en ambities van anderen. Van Mierlo trad af. Jan Terlouw volgde hem op.

Van Mierlo stortte zich, nu als gewoon lid van de Tweede Kamer, op het buitenland beleid en defensie. In 1977 verliet hij de kamer en vond hij onderdak bij de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname (CONS). Die commissie was verantwoordelijk voor de uitvoering van de ontwikkelingsverdrag tussen Nederland en Suriname. Eind jaren zeventig was hij ook nog redacteur van het VARA-programma De Achterkant van het gelijk, met presentator Marcel van Dam. Het was één van de prikkelendste discussieprogramma’s die in Nederland op de buis verscheen.

Een ongelukkige keus

Op 11 september 1981 keerde Van Mierlo terug in de landelijke politiek als Minister van Defensie in het kabinet Van Agt II. Dat was een wat ongelukkige keus. In Nederland waren de gemoederen op dat moment namelijk tot een kookpunt verhit over de kwestie van de kruisraketten. Van Mierlo was een uitgesproken voorstander van die wapens. Volgens hem was een evenwicht in het kernwapenarsenaal tussen Oost en West de beste garantie tégen het gebruik van die wapens. Daar mocht niet aan geknoeid worden en dat hadden de Russen wel gedaan door de plaatsing van een batterij SS-20-raketten.

Kabinet-Van Agt II (1981-1982)

De NAVO reageerde op deze actie van de Russen in december 1979 met het zogeheten Dubbelbesluit. In West-Europa zouden 572 nieuwe kernraketten (kruisraketten en Perschings II) geplaatst worden, maar tegelijkertijd zouden onderhandelingen met de Russen geopend worden over wederzijdse vermindering van het kernwapenarsenaal. Die onderhandelingen zouden het aantal kruisraketten op termijn wellicht weer tot nul reduceren. In alle West-Europese landen veroorzaakte het besluit een storm van protest, maar Hollanditis werd de internationale benaming voor het verzet tegen kernwapens in het algemeen en kruisraketten in het bijzonder. Gewapend met de leus ‘De kernwapens de wereld uit, te beginnen uit Nederland’ protesteerden in november 1981 400.000 betogers in Amsterdam tegen het Navo-dubbelbesluit, In oktober 1983 volgde een nog grotere betoging in Den Haag. Er zat logica in het standpunt van Van Mierlo. maar hij maakte zich daarmee alles behalve geliefd bij progressief Nederland dat liever een Rus in de achtertuin of desnoods aan de keukentafel had, dan zo’n levensgevaarlijke raket.

Het kabinet-Van Agt II worstelde overigens met meer problemen dan alleen de kruisrakettenkwestie en ruim een maand na zijn aantreden vroeg het alweer collectief ontslag aan. Die breuk kon gelijmd worden, maar in mei 1982 volgde een nieuwe, ditmaal fatale, ruzie over de mate waarin bezuinigd moest worden. Tot de verkiezingen in november 1982 nam een interim-kabinet het roer over. Bij die verkiezingen werd D66 nagenoeg weggevaagd. Veel partijgenoten van Van Mierlo waren razend: 'We waren de bijwagen van de PvdA, nu zijn we het inlegkruisje van Van Agt', riep één van hen boos uit.

Het persoonlijke in de politiek

Halverwege de jaren tachtig maakte Van Mierlo wederom een comeback in de Tweede Kamer. Oude ideeën over ‘politieke vernieuwing’ en het districtenstelsel haalde hij zonder omhaal opnieuw van stal. Daar ontleende D66 tenslotte zijn bestaansrecht aan. Het vloeide bovendien voort uit Van Mierlo’s ergernis over de verloochening van de idealen uit de jaren zestig door de mensen die deze idealen ooit hadden gekoesterd maar inmiddels hoog en droog in het pluche zaten.

Het veranderde economisch klimaat begon in de jaren tachtig zijn weerslag te hebben op de samenleving als geheel. Een goede opleiding was geen waarborg meer voor een mooie baan en een zorgeloze toekomst. De wedijver om een plaats op de arbeidsmarkt groeide. De sfeer verharde. De personificatie van de nieuwe No-Nonsense cultuur was de Yup, de Young Urban Profesional, die succes, postmodernisme en snelheid hoog in het vaandel voerde.

Marketing, verkoop van de eigen persoonlijkheid daar draaide het nu om. Maar wie - oh ironie -begreep dit als geen ander? Van Mierlo natuurlijk! Van Mierlo was de kampioen van het persoonlijke in de politiek. Hij wilde minder partijprogramma’s, meer persoonlijkheden. Hij was ervan overtuigd dat mensen meer voor een persoon dan voor een programma kozen. De achtereenvolgende verkiezingszeges en -debacles van D66 bewezen in feite zijn gelijk. Bij de verkiezingen van 1986 kreeg hij overigens geduchte concurrenten in Kok en Lubbers. Meer dan in enig andere verkiezingsstrijd draaide het toen om de poppetjes. Maar veel politici houden tot op de dag van vandaag, wellicht tegen beter weten in, vol dat het niet zo werkt.

In de jaren negentig begon de ster van Hans van Mierlo onmiskenbaar te verbleken, maar het is een gerechtvaardigde conclusie dat de Nederlandse politiek er zonder zijn inmenging anders uit had gezien.

Bernadette Hijstek | 1996

Belangrijkste bron over Van Mierlo: Ben Rogmans, Hans van Mierlo. Een bon-vivant in de politiek (Utrecht 1991)