Helmut Schmidt. Dubbelbesluit

Dit artikel is een bewerking van een scriptie die ik tijdens mijn studie geschiedenis schreef in het kader van de werkgroep 'Duits-Duitse betrekkingen in Koude Oorlog en Détente' onder leiding van Willem Melching.

Inleiding

'We germans have a vital interest in developing and extending détente...But all this will only be possible on the basis of a balance of forces; an imbalance would be bound to lead to the loss of security and cooperation. This, at any rate, is how for the last twenty years I have thought and written, spoken and acted, for the Social Democratic Party'(1).

Met deze woorden verdedigde Helmut Schmidt in december 1979 voor de SPD het NAVO-dubbelbesluit en de daaruit voortvloeiende stationering van Pershings-II en kruisraketten in Duitsland. Een besluit dat zijn val inluidde. Volgens zijn eigen zeggen ligt evenwel het dubbelbesluit en zijn bijdrage daaraan geheel in de lijn met hetgeen hij twintig jaar lang voorstond op het gebied van defensie.

Dit gegeven is het uitgangspunt van deze scriptie. Ik onderzoek wat de ideeën van Schmidt over veiligheid en defensie waren in die twintig jaar. Ik wil bestuderen of er inderdaad zo'n constante lijn in zit en ten slotte wil ik onderzoeken wat de ideeën van Schmidt waren voor 1959, want daar ligt blijkbaar een breukpunt. Hierbij wil ik ook kijken naar de ideeën van Schmidt over de verhouding tussen West-Duitsland en de Verenigde Staten en over de verhouding tussen West-Duitsland en de Sovjet-Unie.

De scriptie begint met een korte biografische schets, zodat de ontwikkeling in zijn ideeën beter geplaatst kan worden. Vervolgens zal ik ook ingaan op de defensie politiek van de SPD in de jaren vijftig en de omslag daarin rond 1960.

Voor het onderzoek naar Schmidts ideeën over veiligheid en defensie heb ik vooral gebruik gemaakt van vier bundels met artikelen en redevoeringen van Schmidt, die de periode van 1948 tot 1982 beslaan. De memoires van Schmidt, Menschen und Mächte, heb ik geprobeerd zoveel mogelijk te laten voor wat ze zijn, omdat daaruit niet duidelijk wordt in hoeverre hij zijn politiek achteraf rechtvaardigt.

Mei 1988