Error message

Deprecated function: The each() function is deprecated. This message will be suppressed on further calls in book_prev() (line 775 of /var/www/clients/client25072/web36725/web/home/modules/book/book.module).

Propaganda

Het stapje tussen bewust een ervaring willen oproepen en de kijker bewust manipuleren, ofwel de foto gebruiken als propagandamiddel, is in wezen nog maar heel klein. Beroemde voorbeelden zijn foto’s van Sovjetmakelij, waarvan politiek in ongenade gevallen figuren ineens verdwenen alsof ze nooit hebben bestaan in het kader van een ‘juiste’ geschiedschrijving.

Lenin met Trotski en Lenin zonder Trotski. Trotski werd in 1940 vermoord

Stalin met Nicolai Yezhov en Stalin zonder Nicolai Yezhov. Yezhov werd in 1940 vermoord

Maar voorbeelden van een dergelijke manipulatie van het publiek kunnen ook dichter bij huis gevonden worden. De Nederlandse fotograaf en cineast W. Heldoorn, die de Politionele acties op de gevoelige plaat vastlegde, zegt daarover in een interview: "Alle foto­grafen stonden in Nederlands Indië als Jan Doedel te knippen. Mijn films zijn allemaal propagandafilms geworden.”…”Sinds ik daar geweest ben, heb ik het gevoel dat de hele oorlogsverslaggeving zo in elkaar zit. Wij krijgen niet op tafel wat in de oorlog gebeurt.”[1] Luitenant Heldoorn was op dat moment hoofd van de Foto- en Filmdienst in Batavia. Die dienst controleerde alle foto’s en films die Indonesië verlieten. Tijdens politionele acties werden journalisten domweg geweigerd het oorlogsgebied te betreden. Heldoorn was één van de weinigen die er wel bij was. Hij schoot een grote hoeveelheid materiaal, maar zag daar weinig van terug. Alles wat getuigde van doden en gewonden werd vernietigd en de vrolijke beelden gingen naar Nederland met de boodschap dat er niets aan de hand was en alles prima verliep. Het leidde tot zelfcensuur, want andere beelden maken had toch geen zin. Ondanks zijn functie bij de dienst was het voor Heldoorn een frustrerende ervaring dat een groot deel van de foto’s die hij maakte werden vernietigd. Succes hadden alleen die foto's die niet al te kritisch omsprongen met de Nederlandse belangen. De fotograaf Cas Oorthuys stelde de strijd van de Nederlandse regering aan de kaak. Zijn foto's werden genegeerd.

De oorlogsfotograaf Don McCullin zei ooit: "Alle oorlogen van deze tijd zijn gesloten voor de pers tenzij een van de partijen toestemming verleent de strijd te volgen". Fotografen zijn in zijn visie niet meer dan huurlingen van de regering. Fotograaf Martin Cleaver, één van de twee persfotografen die was uitverkoren om op uitnodiging van de Britse regering met de Britse oorlogsvloot mee te varen naar de Falklandoorlog, bevestigt dat de militairen de publiciteitsmachine strak in handen hadden. De satellietverbindingen waarmee hij foto’s overseinde waren van hen.” Hetzelfde zegt Anthony Suau die ooit door de Angolese regering naar het front werd gesleept omdat ze de leugens van Zuid-Afrika over de vorderingen in de strijd zat was: “Zonder toestemming van regeringen kom je nergens meer. Regeringen nodigen tegenwoordig fotografen slechts uit om er propaganda mee te bedrijven. Je weet dat zij je vrijheid bepalen. Je bent niets anders dan een nieuw middel, een nieuw wapen, want je hebt macht. Je moet je dat altijd bewust zijn.”[2] Dit beeld wordt bevestigd door journalisten die in de golfoorlog en de oorlog in voormalig Joegoslavië aan het werk zijn geweest. Maar gebruik van fotografen ter promotie van het eigen verhaal is al zo oud als het medium zelf. Dat is niet van deze tijd zoals McCullin zegt. Roger Fenton, advocaat, schilder en hoffotograaf van koningin Victoria, vertrok in 1855 naar de Krimoorlog met een uitdrukkelijke opdracht: ‘geen lijken’. Uit brieven die hij in die tijd schreef, blijkt dat hij veel lijken zag, maar geen enkele legde hij vast op zijn gevoelige collodiumplaten. Na zijn terugkeer vergaapte het publiek zich in oktober 1855 aan de 337 ‘oorlogsbeelden’ van Fenton die in galerie Water Colour Society in Pall Mall tentoongesteld werden. Het waren opnamen van poserende officieren en een enkel overzicht van het slagveld.

Roger Fenton, Krimoorlog

Ook de Eerste Wereldoorlog, die Ernest Hemingway de ‘kolossaalste, moordadigste, slechtst geleide slachting’ ooit noemde, bleef gesloten voor de pers. Censuur is zelden zo succesvol geweest. Het offensief van de geallieerden aan de Somme in 1916 duurde vijf maanden, kostte meer dan een miljoen soldaten het leven en leverde vijftien kilometer terreinwinst op. Er zijn nauwelijks beelden van. In eerste instantie werden alle persfotografen van het slagveld geweerd. Twee legerofficieren hadden de fotografische verslaglegging in handen, maar realistische beelden van het front haalden de censuur niet. Ieder die het waagde aan het front een fototoestel ter hand te nemen, riskeerde het vuurpeloton. De foto’s van het front toonden hooguit marcherende troepen, ingestorte gebouwen en Kerstmis vierende soldaten. Journalist en fotograaf Arthur Tervooren was in 1914 nog maar een paar dagen aan het front en toen al was “het meest afschuwwekkende van den oorlog mij honderd maal erger gebleken, dan mijn verbeelding het mij ooit had doen voorstellen”. In de dagboeknotities die Het Leven van hem publiceerde doet hij nauwkeurig verslag van ‘gewonden met afgeschoten handen’, ‘kapot geschoten hoofden, waaruit het bloed gutst’, gewonden die ‘kermend van pijn’ afwachten tot het Rode Kruis hen weg zou halen. Maar op de foto’s die hij maakte is geen dode of gewonden te zien. Dat fotograferen viel ook niet mee. Bij foto’s van Antwerpse ruïnes meldde de redactie in een voetnoot dat Tervooren maar liefst negen maal aangehouden en gefouilleerd werd. Zijn foto’s had hij verstopt in zijn sigarenkoker en ‘ontsnapte op deze wijze aan de censuur’. Een Engelse krant schreef na de ondertekening van het vredesverdrag in 1917: “De muilkorf is bijna van de waarheid verwijderd. Viereneenhalf jaar verbleef de waarheid in quarantaine”[3]. Pas na de oorlog verschenen er (illegaal genomen) foto’s van onbekende fotografen die iets laten zien van de verschrikkingen aan het front. Dat fotografen slechts wapen zijn in handen van strijdende partijen die hun gelijk willen halen, wordt gerelativeerd door meervoudig World Press Photo Award winnaar, Magnum fotograaf James Nachtwey. Hij heeft nooit het gevoel gehad dat hij marionet is in een propagandamachinerie: “Regeringen en legers kunnen denken wat ze willen, maar als ze mij toestaan iets te fotograferen, dan fotografeer ik dat op mijn manier.(…) Elke legercommandant denkt dat het in zijn voordeel is dat je met zijn eenheid optrekt. Als ik permissie heb foto’s te maken, dan neem ik mijn foto’s.”[4] Zo trok Nachtwey op met de contra’s in Nicaragua. De contra’s wilden dat Nachtwey liet zien hoe populair ze waren onder het volk, maar op de foto die gepubliceerd werd is een vrouw te zien met een angstig en wantrouwig gezicht die voedsel moet afstaan aan de contra’s. Nachtwey bestrijd dat hij foto’s maakt die een bepaalde partij gunstig doet uitkomen. Maar, zegt hij “Het is wel moeilijker geworden dit werk te doen.”

  1. Frits Baarda, Het Oog van de Oorlog (Amsterdam 1989) p. 77
  2. Frits Baarda, Het Oog van de Oorlog (Amsterdam 1989) p. 155
  3. Frits Baarda, Het Oog van de Oorlog (Amsterdam 1989) p. 35
  4. Frits Baarda, Het Oog van de Oorlog (Amsterdam 1989) p. 164