Error message

Deprecated function: The each() function is deprecated. This message will be suppressed on further calls in book_prev() (line 775 of /var/www/clients/client25072/web36725/web/home/modules/book/book.module).

Compositie

Bij veel fotografen zie je een moeizame innerlijke strijd tussen betrokkenheid enerzijds en streven naar fotografische perfectie anderzijds. Dat blijkt onder andere uit het verhaal van fotograaf en mede-oprichter van fotopersbureau Magnum George Rodger. Hij fotografeerde de bevrijding van concentratiekamp Bergen-Belsen. Een man met wie hij sprak, viel halverwege een zin dood neer. “Hij viel toevallig precies in de juiste houding, en ik maakte een foto van hem. Temidden van de grootste ellende, de absolute waanzin, dacht ik aan niets anders dan aan een zo mooi mogelijke compositie. En ik voelde dat dat volstrekt verkeerd was.”[1] Bij Rodger betekende deze ervaring in Bergen Belsen feitelijk het einde van zijn carrière als persfotograaf. In het kielzog van de optrekkende geallieerde legers had hij talloze veldslagen gefotografeerd; maar na Bergen Belsen legde hij voor Magnum in het Midden-Oosten en Afrika het vreedzame leven van alledag vast; foto’s vol strijklicht en vriendelijke blikken. Later werkte hij alleen nog voor de National Geographic.

Gerhard Gronefeld werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog voor het Duitse blad Signal als fotograaf. Dit propagandatijdschrift werd uitgegeven in opdracht van de Wehrmacht. Gronefeld volgde het Duitse leger door heel Europa. Een van de meest ingrijpende gebeurtenissen die hij meemaakte vond plaats in de Servische plaats Pancevo, bij Belgrado. Er werden tientallen Serviërs geëxecuteerd als vergelding voor de dood van een aantal Duitsers. De groep Serviërs was willekeurig samengesteld uit de bevolking. Gronefeld: “Toen die mensen naar het kerkhof werden vervoerd, ja, toen drong zich een heel ander gevoel op. Ik weet nog goed dat ik daar stond. Ik zag ze komen. Ik moest bijna kotsen. En er was nog niets gebeurd. Het kwam alleen maar door die ogen, waarin je alles kon lezen. Ik voelde de opwelling me ertussen te storten, hen tegen te houden, maar mijn verstand zei me dat die daad alleen maar een leven méér zou kosten, het mijne. Woede voelde ik even later toen een dikke man daar met een touw om zijn nek stond en het touw losliet. Al in de middeleeuwen was dat een teken dat je zo iemand moest vrijlaten. Maar ze zetten die man weer op de ton en legden hem opnieuw de strop om. Je hoorde het publiek mompelen. Toegestroomde Duitse soldaten en de zogenaamde volksduitsers uit het gebied begrepen het ook niet. Ik dacht: er is tijdens de oorlog geen normaal recht. Oorlog maakt letterlijk alles kapot.”[2] Over de foto’s die hij van de gebeurtenis maakte, zegt hij, vergelijkbaar met George Rodger: “Het is eigenlijk zo walgelijk wat ik deed, want ik probeerde heel mooie beelden te maken van iets verschrikkelijks. Iemand die niet fotografeert, begrijpt daar niets van. Ik moest scherp instellen, dat hielp. Ik had de executie ook onscherp kunnen fotograferen. Maar dan had ik dit gesprek nooit gevoerd.”[3] Deze foto’s heeft hij nooit afgestaan aan zijn opdrachtgevers. Hij begroef ze aan het einde van de oorlog in de tuin van zijn buurman.

Gerhard Gronefeld, Serviërs geëxecuteerd door de SS (Pancevo, Servië, 22 april 1941)

Voor de beruchte Vietnam-fotograaf Tim Page was opium een middel om zijn emoties te verwerken. “Opium stelde me in staat weer die ene foto te maken van een klote-gebeurtenis; een mooie foto van een afgrijselijk moment, een blijvend beeld.”[4]

Links: Christine Spengler, Rechts: Christine Spengler, Vrouwen van de Pasdaran_e Inqilab/Guardians of the revolution (18 mei 1979)

De Franse oorlogsfotografe Christine Spengler: “Ik schiet nooit veel platen. Ik haat motordrives. Ik bouw de foto van tevoren in mijn hoofd op. En het gebeurt of het gebeurt niet. De fotograaf is een jager. Ik ben altijd op jacht naar het beeld op straat dat al in mijn hoofd zit”.[5]

Don McCullin, Soldaat met shellshock (Hue, Vietnam, 1968)

“Fotografen zijn net als andere beeldende kunstenaars op zoek naar een eigen aandeel in het herscheppen van de werkelijkheid tot een beeld dat genoegen schenkt, emoties oproept en informatie geeft”, schrijft kunsthistoricus Emile Meijer[6]. Oorlogsfotograaf Don McCullin is het daar niet eens. Over zijn fotografie zegt hij: “ik vind het geen vorm van kunst. Een kunstenaar heeft alle tijd van de wereld om aan een afbeelding te werken. Ik beschik slechts over seconden om compositie, verhaal, belichting en sfeer te produceren.”[7]

Emile Meijer erkent dat een fotograaf de werkelijkheid in grote mate neemt zoals ‘hij valt’, maar hij wijst er op dat schilder en fotograaf het gebruik van een aantal essentiële vaktermen gemeen hebben. “Zo spreken zij beiden van ‘compositie, perspectief, toonwaarde, lichtinval, stofuitdrukking, expressie, enzovoorts.”[8] Ook McCullin selecteert zijn objecten zorgvuldig bij de boodschap die hij wil vertellen. Zelf opgegroeid in een armoedige arbeiderswijk in Londen, wil hij sociaal onrecht onder de aandacht brengen van degene die zijn foto’s bekijkt.

Posthuma de Boer heeft het over zijn “drang tot compositie”: “Wat voor een musicus een absoluut gehoor is, is voor mij mijn macht om een compositie te herkennen. Normaal let ik er niet op. Kijk ik door een zoeker, dan kan ik er niet omheen. Dan zie ik vlakken en lijnen.” Toeval bestaat voor Eddy de Boer niet in de fotografie: “Ik zie iets en ik interpreteer het, en ik denk drie keer na voor ik iets doe. Dat maakt me ongeschikt voor de sportfotografie.”

  1. Marianne Vermeijden, ‘Fotograaf bij toeval’, NRC, 26 juli 1995
  2. Frits Baarda, Het Oog van de Oorlog (Amsterdam 1989) p. 58
  3. Frits Baarda, Het Oog van de Oorlog (Amsterdam 1989) p. 58
  4. Frits Baarda, Het Oog van de Oorlog (Amsterdam 1989) p. 87
  5. Frits Baarda, Het Oog van de Oorlog (Amsterdam 1989) p. 106
  6. Emile Meijer, ‘Fotografie en schilderkunst twee technieken; één visie’, Emile Meijer en Joop Swart (ed.), Het fotografisch geheugen (Amsterdam 1987) p 29
  7. Don McCullin, ‘Notities van een fotograaf’, Emile Meijer en Joop Swart (ed.), Het fotografisch geheugen (Amsterdam 1987) p 18
  8. Emile Meijer, ‘Fotografie en schilderkunst twee technieken; één visie’, Emile Meijer en Joop Swart (ed.), Het fotografisch geheugen (Amsterdam 1987) p 41
  9. Joyce Roodnat, ‘Een papieren zak met benen’, NRC, 28-6-1996