Feedblock
Resten van fort ontdekt op Jona’s heuvel
Lees verder op Scientias.nl >>
Chimpansee weet wat soortgenoot nodig heeft
Lees verder op Scientias.nl >>
Spaghettiwestern helpt wetenschap verder
Lees verder op Scientias.nl >>
Skydiver duikt van 36.576 meter hoogte
Lees verder op Scientias.nl >>
Liefdesserenade uit het Jura komt tot leven
Lees verder op Scientias.nl >>
Bijzondere bacteriën ontdekt in blauw gat
Lees verder op Scientias.nl >>
Schimmel uit regenwoud eet plastic
Tienjarige ontdekt nieuw molecuul
Jupiter is weer twee maantjes rijker
Mark Lanegan Band - Blues Funeral
Lees de bespreking
Obesitas is mogelijk besmettelijk
Nederlanders redden falende fusiereactor
Eerste fossiel van ‘vampiervlieg’ gevonden
Langlevend eiwit verklaart wellicht ouderdom
Cubaanse vrouwen en de revolutie
Afbeelding: © Marjolein Overmeer
Havana, de Cubaanse hoofdstad, heeft het oudste koloniale stadscentrum van Zuid-Amerika. Van de oude glorie is anno 2012 weinig meer over. Veel oude, vervallen gebouwen die ooit bewoond werden door een rijke elite. Nu zijn de kamers verdeeld onder meerderde, arme gezinnen en zijn de panden totaal uitgewoond.
Hoewel de huizen armoedig zijn, zien de mensen er gezond uit. In Cuba is de gezondheidszorg gratis en het basisvoedsel wordt ook grotendeels gesubsidieerd door het communistische regime. Materieel bezit is er weinig maar de mensen genieten van muziek en elkaars gezelschap.
Bejaarde mannen en vrouwen doen niet onder voor de jongeren. Iedereen flirt en danst op de muziek van de vele salsabandjes in de stad.
Al met al geen verkeerde indruk van een land dat tot de Derde Wereldlanden wordt gerekend. Maar er is een keerzijde. Het toerisme, dat sinds de jaren ’90 weer grote vormen heeft aangenomen, creëert ongelijkheid op het socialistische eiland. Ook de prostitutie floreert weer.
VrouwenrechtenVrouwen hebben nooit veel te vertellen gehad in de machocultuur op Cuba. Nog tot ver na de koloniale jaren, in 1902 werd Cuba onafhankelijk van Spanje, was trouwen en kinderen krijgen de enige optie voor een betere toekomst.
Het leven van de vrouwen leven speelde zich thuis af en de mannen vermaakten zich op straat. In de 19e eeuw eiste Ana Betancourt, op een congres van leiders van de onafhankelijkheidsbeweging, voor het eerst gelijke rechten op voor vrouwen. Hieruit ontstond een feministische beweging die streed voor vrouwenkiesrecht: dit lukte in 1934.
In deze jaren was het eiland officieus in handen van de Verenigde Staten en een favoriete vakantieplek voor rijke Amerikanen. Een lekker klimaat met veel gokken, seks en natuurlijk alcohol, wat sinds de jaren ’20 verboden was in de VS. Cuba was een paradijselijk lustoord maar de winst verdween in de zakken van de maffia.
In de sloppenwijken van Havana en op het platteland heerste bittere armoede. Voor veel meisjes, voornamelijk de donkere meisjes uit de laagste klassen, zat er niets anders op dan de prostitutie in te gaan om hun gezin te onderhouden.
De Cubaanse revolutie
Een beweging van gefrustreerde jongeren had genoeg van het politieke en economische systeem dat gedomineerd werd door een heersende klasse in dienst van de VS. Geen enkele partij of organisatie verdedigde de onderdrukte en uitgebuite bevolking. De beweging van 26 Juli vulde deze leegte. Deze beweging bestond voornamelijk uit studenten en werd geleid door de jonge advocaat Fidel Castro guerrillaleider Che Guevara. Zonder de steun van de landloze boeren, arbeiders,kerk en de illegale studentenvakbond zou de revolutie van 1959 nooit een succes zijn geworden. De afbeeldingen van de mannen zijn nog steeds overal terug te vinden op het eiland. Che ging zich in 1966, na enkele jaren ministerschap, bemoeien met de revolutie in Bolivia. Fidel Castro was president tot 2008, het jaar dat zijn broer Raul hem opvolgde.
Fidel Castro in 1959 Afbeelding: © Wikicommons
Idealen van de revolutieEen groep jonge idealisten was de uitbuiting van de arme mensen door Amerika zat. Onder leiding van de charismatische Fidel Castro ontketende een groep jongeren een guerrillaoorlog in de jaren ’50. Na de mislukte staatsgreep in 1953 lukte het de revolutionairen om op 1 januari 1959 Havana in te nemen en de pro-Amerikaanse dictator Batista te verjagen.
De idealen van de nieuwe machthebbers waren mooi: gelijkheid voor iedereen, ongekend ras of geslacht en de verwijdering van de kloof tussen arm en rijk. De idealistische plannen werden meteen uitgevoerd.
De revolutionairen verjoegen Amerikaanse grootgrondbezitters en zorgde voor werk voor de bevolking. Huizen, scholen, gezondheidszorg en kinderopvang werden uit de grond gestampt. Man en vrouw waren gelijk dus zij moesten zich allebei ontwikkelen door middel van scholing en arbeid. Om de achterstand van de vrouwen weg te werken werd al in 1960 het Verbond van Cubaanse Vrouwen opgericht (FMC).
Hier kwam, naast allerlei praktische voorzieningen, ook progressieve wetgeving uit voort zoals de Familie Code uit 1975. De man werd niet langer als het hoofd van de familie gezien en de wet regelde zaken rondom gezin, huwelijk, scheiding, alimentatie en voogdijschap op een gelijkwaardige manier.
Prostitutie was iets van de verleden tijd. Zonder armoede zou er ook geen prostitutie hoeven te zijn. De revolutie zorgde ervoor dat vrouwen door konden leren en arts, monteur en politica konden worden.
De prostituees van voor de revolutie werden als slachtoffer van het verrotte kapitalistische systeem gezien en konden op kosten van de staat onderwijs volgen in speciale leerboerderijen. Daar leerden de vrouwen eigenwaarde en een vak of een studie.
Na de val van de Sovjet-UnieDe socialistische maatregelen kostten veel geld en Cuba werd uit angst voor het communisme geboycot door de Verenigde Staten. Al snel wierp de communistische Sovjet-Unie zich op als redder in nood. Ze kocht massaal suiker, het belangrijkste exportproduct van Cuba, zorgde voor goedkope olie en pompten miljarden aan subsidies in het eiland.
Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 en de daaropvolgende instorting van het Oostblok verloor Cuba haar belangrijkste geldschieter. Geïsoleerd door de VS op de wereldhandelsmarkt kon Castro geen kant op. Het eiland moest haar eigen boontjes dopen en zelfvoorzienend worden.
De staat stelde de Speciale Periode in en dit betekende rantsoen voor iedereen. Lange rijen voor de winkels met etenswaren, een tekort aan medicijnen, lesmateriaal, brandstof en een haperend openbaar vervoer- en elektriciteitsnetwerk.
Om buitenlands kapitaal binnen te harken mochten bedrijven sinds 1995 weer gekocht worden door buitenlanders. De ondernemers en de overheid investeerden massaal in het toerisme. Het weinige geld werd aangewend om de voorzieningen voor de toeristen te verbeteren en zij kregen het beste voedsel. Vakantiegangers werden zoveel mogelijk gescheiden gehouden van de bevolking en betaalden met een aparte munt, de CUC (Cuban Peso Convertible).
Een Cubaanse arts verdient nu enkele tientallen euro’s per maand terwijl de serveersters een stuk meer binnenhalen aan achterovergedrukte fooien. De zwarte markt tiert dan ook welig en door illegale handel heeft de sociale structuur van Cuba de vorm van een ongekeerde piramide. Laag opgeleide mensen die profiteren van de zwarte handel zijn welvarender dan academici en intellectuelen.
Iedereen die via de overheid beschikt over een auto speelt voor taxichauffeur en hoog opgeleide vrouwen gaan werken als kamermeisje waardoor belangrijke kennis verloren gaat voor de economie. Prostitutie is ook weer een veel voorkomend fenomeen in Cuba. Dit is een doorn in het oog van de Cubaanse overheid.
Ze erkent het bestaan van prostitutie wel maar geeft de verklaring dat het hier alleen om gevallen vrouwen gaat. In theorie is prostitutie geen noodzaak vanwege socialistische systeem. In de praktijk is deze manier van leven voor veel vrouwen de enige optie voor enige vorm van welvaart.
Ondanks de vrouwenemanciepatie en de promotie van het op liefde gebaseerde huwelijk, bestaat 50% van de huishoudens uit alleenstaande moeders (2004).
Afbeelding: © Wikicommons
Prostitutie weer zichtbaarSinds enkele jaren heeft Cuba er weer nieuwe geldschieters bij en gaat het beter met de economie. Het bevriende Venezuela pompt miljarden en goedkope olie in het eiland en het communistische China levert naast subsidies vooral veel goederen van eigen makelarij. De enorme tekorten, voornamelijk aan voedsel, zijn dus al verminderd.
Luxe goederen zijn echter nog steeds niet weggelegd voor veel Cubanen. De winkels voor buitenlanders liggen wel vol maar deze spullen zijn met een gewoon salaris of de locale munt niet te betalen. Veel arme mensen die door de revolutie kansen hebben gekregen die ze anders nooit hadden gehad, zoals een opleiding, huis en pensioen, staan nog pal achter Castro.
Het zijn vooral de jongeren die niet veel meer zien in het haperende systeem. Maar vluchten is moeilijk: Cubanen die het land proberen te verlaten komen in de gevangenis te recht. Naast prostitutie voor het geld proberen daarom veel Cubanen, zowel mannen als vrouwen, een buitenlandse partner op te duikelen. Een huwelijk is een van de weinige opties om hun afgebladderde gouden kooi te kunnen verlaten.
Cubaans verleidingsoffensief
Sunny Bergman maakte in 2011 de documentaire Sunny side of sex over Cubaanse vrouwen. Volgens haar hebben deze vrouwen zoveel zelfvertrouwen omdat Cuba geen reclame kent. De vrouwen worden niet steeds geconfronteerd met broodmagere modellen zoals de westerse vrouwen. Ze gooien dan ook zonder gene hun lichaam in de strijd om de mannen te verleiden. Ook de buitenlanders, in de hoop op een enkeltje uit Cuba.
Verder lezen
Laurien Lubbers, Politieke relaties. Cubaanse verhalen over de revolutie en prostitutie (2004). Een boek vol persoonlijke verhalen van Cubaanse vrouwen over betaalde liefde uit noodzaak en voor de luxe, buitenlandse huwelijkspartners en de kunst van het verleiden.
De kronkelige weg naar Auschwitz
Een van Adolf Hitler’s doelstellingen was een zogenaamde ‘raciale herschikking van Europa’. In het wereldbeeld van Hitler was het Germaanse ras superieur. Alle andere rassen – maar in het bijzonder Joden en Slaven – waren Untermenschen. Hitler’s droom was alle etnische Duitsers – en in het bijzonder zij die na het voor Duitsland rampzalige Verdrag van Versailles buiten de landsgrenzen terecht waren gekomen – te verenigen in een nieuw, groot Duits Rijk. Voor minderwaardige rassen was geen plaats in dat Rijk.
De annexatie van PolenIn 1939 veroverde Hitler, samen met de Sovjet-Unie, Polen. Het land werd in tweeën gedeeld waarna grote stukken van West-Polen bij het Duitse Rijk werden ingelijfd. Steden en dorpen kregen nieuwe Duitse namen, universiteiten werden gesloten en alleen ‘beperkt basisonderwijs’ was nog toegestaan. Heinrich Himmler schreef: “Het enige doel van de scholen is eenvoudige rekenkunde tot het getal 500, de eigen naam kunnen schrijven en het leren dat men Duitsers moet gehoorzamen, eerlijk en productief moet zijn. Leren lezen lijkt me niet nodig”.
Het Zuidoosten van het door de nazi’s bezette Polen stond bekend als het Generaal-Gouvernement. Het zou een ‘dumpplaats’ voor Joden en andere minderwaardige elementen worden. Afbeelding: © wikimedia commons
De in het gebied woonachtige Joden (zo’n 350.000) en vele etnische (‘niet-Germaniseerbare’) Polen werden ofwel ter plekke geëxecuteerd ofwel gedeporteerd naar het Generaal-Gouvernement, een groot gebied in Zuidoost-Polen dat in de plannen van de Nazi’s als een reservaat, of dumpplaats, voor Untermenschen moest gaan dienen.
Ook uit andere delen van het Rijk werden Joden gedeporteerd om plaats te maken voor etnische Duitsers. In Poolse steden als Lublin, Krakau en Warschau ontstonden al snel overvolle getto’s – hermetisch afgesloten Joodse stadsdelen – waar ondervoeding en besmettelijke ziektes aan de orde van de dag waren.
Fysieke uitroeiing: ‘on-Duits en onmogelijk’Nadat in mei 1940 Hans Frank, Hitlers vertegenwoordiger in het Generaal-Gouvernement, te kennen gaf dat hij geen nieuwe Joden wilde opnemen, ontstonden ook in de rest van Polen geïmproviseerde getto’s en concentratiekampen, waarin de omstandigheden ronduit onleefbaar waren. Het ‘Joodse vraagstuk’ schreeuwde om een oplossing.
Heinrich Himmler en Reinhard Heydrich in 1940. Hoewel zij – samen met Adolf Hitler – de onbetwiste eindverantwoordelijkheid dragen voor de Holocaust bestond er ook bij deze kopstukken geen ‘masterplan’ voor de Holocaust.
Himmler schreef omstreeks die tijd dat hij het liefst alle Joden zou verschepen naar een Afrikaanse kolonie, bij voorkeur het eiland Madagaskar. Het Madagaskar-plan wordt in de zomer van 1940 serieus overwogen. Toen in oktober 1940 duidelijk werd dat de Nazi’s de strijd om Engeland hadden verloren ging ook het Madagaskar-plan van tafel. Dat ging tenslotte uit van een Duits overwicht op de oceaan.
Himmler schrijft tenslotte nog iets opmerkelijks over de mogelijkheid van genocide: “Hoe tragisch elk individueel geval ook is, deze methode is nog altijd de beste, wanneer men de Russische methode van fysieke vernietiging als on-Duits en onmogelijk beschouwd.”
Toen in juli 1941 de invasie van de Sovjet-Unie begon, hoopte men nog altijd op een ‘territoriale oplossing van het Joodse vraagstuk’. De verwachting was dat grote delen van de Sovjet-Unie snel veroverd zouden worden, zodat de Joden – zeker zij die niet in staat waren om dwangarbeid te verrichten – ergens achter het Oeralgebergte gedeporteerd konden worden.
Meedogenloze doodseskadersAl snel bleek de invasie echter het startschot van een omwenteling in een heel andere richting. De aanval moest een ware vernietigingsoorlog worden. Achter het front trokken zogenaamde Einsatzgruppen op. Gemotoriseerde doodseskaders die ook nadat de Duitse aanval vastliep in de Russische winter, zeer bloedig huishielden in de veroverde gebieden.
Momentopname van de gruwelijke slachting van Babi Jar. In dit ravijn bij Kiev werden duizenden Joden geëxecuteerd.
In de buurt van Kiev werden in twee dagen meer dan 30.000 Joden op een verschrikkelijke manier uitgemoord. Een groep werd gedwongen zich uit te kleden en op de bodem van het ravijn van Babi Jar te gaan liggen. Daar werden ze een voor een doodgeschoten. Een nieuwe groep moest in het ravijn afdalen en bovenop de lijken gaan liggen, waarna hen hetzelfde lot wachtte.
Tot voor kort werd aangenomen dat deze Einsatzgruppen vooraf ingesteld waren door Reinhard Heydrich. Uit onderzoek van Ian Kershaw bleek onlangs dat dit echter niet het geval was. Heydrich en zijn superieur Himmler vroegen pas na enkele weken om opheldering over de Einsatsgruppen.
DieselmotorenDe brute moordpartijen van de Einsatzgruppen maakte dat de oplossing voor het Joodse vraagstuk en de overvolle Poolse getto’s langzaam in de richting van genocide gezocht werd. Uit heel Duitsland werden Joden op transport gesteld naar Polen, vanuit waar ze verder oostwaarts gedeporteerd zouden worden, een zekere dood tegemoet.
De vele executies eisten echter een zware psychische belasting van deze beulen. Er werd daarom al snel gezocht naar efficiëntere en minder belastende manieren om de Joden uit te moorden. En het liefst zonder langdurige en kostbare transporten.
Gaswagen van het type ‘Diamond’ in vernietingskamp Chelmno. In gaswagens van dit type werden zo’n 20 mensen per keer vergast.
Onder andere in Servië en in het Generaal-Gouvernement was al eerder geëxperimenteerd met gaswagens. Gevangenen werden hierbij in de laadruimte van een vrachtwagen gestopt waarna de ‘euthanasiemedewerker’ de dieselmotor startte en de uitlaatgassen naar binnen werden geblazen. In december 1941 werden in Chełmno, een oud kasteel zo’n 50 kilometer van de stad Łódź, al duizenden Joden op deze manier vergast.
Rond diezelfde tijd werd er in concentratiekamp Auschwitz voor het eerst geëxperimenteerd met gifgas van het type Zyklon-B. Het bleek goedkoop en efficiënt. In ondergrondse gaskamers konden veel meer mensen tegelijk vermoord worden dan in de gaswagens. Bovendien konden de soldaten die de gaswagens bedienden vaak de angstkreten van de slachtoffers horen, wat als zeer belastend werd ervaren.
De ‘Endlösung’Op 20 januari 1942 kwamen in een villa in Wannsee, even buiten Berlijn enkele Nazi-kopstukken onder leiding van Heydrich bijeen. De aanwezigen stemden in met het gebruik van gas als ‘Eindoplossing voor het Joodse vraagstuk’. Deze bijeenkomst wordt vaak als het startschot van de Holocaust gezien, maar was feitelijk een formaliteit, omdat het systematisch vergassen toen al begonnen was.
De ‘Poort des Doods’, de hoofdingang van vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Wat zonder vooropgezet plan begon eindigde achter deze poort met de moord op een miljoen mensen. Afbeelding: © wikimedia commons
In maart 1942 was het eerste vernietigingskamp Bełzec operationeel. De overige vernietigingskampen Treblinka en Sobibor, allemaal gelegen in het Generaal-Gouvernement, volgden later dat jaar. Het reeds bestaande concentratiekamp Majdanek kreeg een uitbreiding met enkele gaskamers. Nabij Auschwitz werd door Russische krijgsgevangenen het gigantische vernietigingskamp Auschwitz II (Birkenau) gebouwd.
Nadat Joden uit de overvolle getto’s in de kampen vergast waren, volgde transporten van Joden uit heel Europa. De meeste kampen werden in 1943 gesloten en de meeste sporen van de massamoord werden zorgvuldig uitgewist. Auschwitz-Birkenau bleef echter tot het eind van de oorlog bestaan. Alleen al in dat kamp zijn meer dan een miljoen mensen omgekomen. Een groot deel waren Joden, maar ook zigeuners, krijgsgevangenen en politieke tegenstanders werden er naar toe gedeporteerd.
Al sinds de late jaren ‘30 werd de ’oplossing van het Joodse vraagstuk’ gezocht in ‘deportatie naar het oosten’. In de loop van 1942 werd echter pas duidelijk wat dit precies zou inhouden. De weg naar Auschwitz mag dan kronkelig geweest zijn, in totaal kwamen in de Duitse vernietigingskampen meer dan tien miljoen mensen om, waarvan zo’n zes miljoen Joden.
DebatDit titel van dit achtergrondartikel is ontleend aan het boek The twisted road to Auschwitz (1970) van historicus Karl A. Schleunes. Ten tijde van de publicatie van dit onderzoek overheerste onder historici het idee dat het idee en de uitvoer van de Holocaust rechtstreeks terug te voeren was op de lange termijn plannen van Adolf Hitler. Naar aanleiding van Schleunes’ werk ontstond er in de jaren ‘70 en ’80 een groot debat over de ontstaansgeschiedenis van de ’Endlösung’. Tegenwoordig ondersteunen de meeste holocaustonderzoekers de these van Schleunes.
Zie ook:Egyptologen ontdekken bijzondere sarcofaag
De sarcofaag, gemaakt van een donkere houtsoort, werd aangetroffen in een graftombe op zo’n 1,80 meter onder de woestijnoppervlakte. De tombe heeft een afmeting van slechts enkele vierkante meters. Bij het voeteneind van de sarcofaag troffen de archeologen een houten graftablet aan met kleurige hiërogliefen. De inscripties vermelden dat de zangeres een dochter is van een priester uit Karnak. Karnak ligt in de buurt van Luxor in de Vallei der Koningen en staat bekend als het grootste en belangrijkste tempelcomplex van het oude Egypte.
De sarcofaag van Nehmes Bastet. Links van het voeteneind het kleine houten tablet met inscripties.
De vondst is bijzonder omdat alle tot nu toe bekende graftombes in de Vallei der Koningen toebehoren aan farao’s uit het Nieuwe Rijk (ca. 1570 – 1070 v. Chr.) en hun directe familie. In het oude Egypte werden farao’s gezien als verpersoonlijking van Ra, de oppermachtige zonnegod. Vanwege deze bijzondere positie werden farao’s, maar ook hun naaste familie, geliefden en zelfs hun huisdieren, na hun overlijden gemummificeerd en bijgezet in praalgraven.
De komende dagen verwachten de archeologen de sarcofaag te openen. Egyptologen zullen de mummie, die ze naar verwachting in de sarcofaag zullen aantreffen, door middel van röntgenapparatuur nader onderzoeken.
Roerige tijdVolgens Suzanne Bickel, een Egyptologe verbonden aan de Universiteit van Basel, blijkt uit de stijl van de houten pilaar en de sarcofaag dat de de mummie van Nehemes-Bastet dateert uit de negende eeuw voor Christus. Hij stamt uit de tweeëntwintigste dynastie, toen Libische koningen over Egypte heersten. Bickel schrijft dat in een verslag van de opgravingen in de Vallei der Koningen.
Het tempelcomplex van Karnak. Afbeelding: © wikimedia commons
De tweeëntwintigste Egyptische dynastie valt in de onrustige Derde Tussenperiode die volgde op de ineenstorting van het Nieuwe Rijk. Verschillende oorlogen en heersers volgden elkaar in relatief hoog tempo op. Hoewel het land geregeerd werd door Libische koningen, behielden de hogepriesters van de tempel van Karnak een onafhankelijke en aanzienlijke positie. Dit stelde hen in staat om gebruik te maken van de begraafplaatsen in de Vallei der Koningen.
De tombe zelf is volgens Bickel echter veel ouder. De ruimte zou al tijdens de achttiende dynastie, gedurende de vijftiende eeuw voor Christus uitgehakt zijn. Tijdens de achttiende dynastie regeerden beroemde farao’s als Achnaton, Hatsjepsoet en Toetanchamon Egypte. Archeologen houden rekening met de mogelijkheid dat er onder de laag puin waarop de sarcofaag rust een nog ouder graf zal worden aangetroffen.
PermissieSuzanne Bickel en haar team ontdekten al op 25 januari 2011 in de buurt van Luxor in de Vallei der Koningen een onbekende holte onder de oppervlakte. Precies op die dag begonnen er revolutionaire opstanden in Caïro en omgeving. De nieuwe ontdekking werd stevig afgesloten met een ijzeren deur. Tijdens de recente onrusten in Egypte liep het archeologische werk vertraging op omdat het ministerie van Oudheden geen nieuwe vergunningen gaf. De holte kon pas na een hernieuwde permissie op 6 januari 2012 onderzocht worden.
Leonardo da Vinci: een echte alleskunner
Pas op latere leeftijd ging Leonardo Da Vinci zich intensief met wetenschap bezighouden. Hij was geen wetenschapper in moderne zin, die theorieën bedenkt en experimenten uitvoert. Leonardo probeerde de natuur te begrijpen door deze nauwkeurig te observeren en gedetailleerde tekeningen te maken van wat hij zag. Een aantal schitterende voorbeelden daarvan kennen we van zijn werk op het gebied van de plant- en dierkunde.
Een schets van Da Vinci waarin hij laat zien dat de takken van bomen altijd volgens een vaste vuistregel groeien: de totale dikte van de takken op een bepaalde hoogte is altijd gelijk aan de dikte van de stam.
Gedetailleerde plantenLeonardo da Vinci maakte in zijn schetsboeken talloze beschrijvingen en tekeningen van planten. Als artiest en vanuit zijn persoonlijke belangstelling voor de natuur wilde hij vastleggen hoe planten en bomen in elkaar zitten, hoe ze precies groeien, en op welke kenmerken ze van elkaar verschillen. Da Vinci deed dat zo gedetailleerd dat je het haast een wetenschappelijke studie zou kunnen noemen.
Zo dacht hij na over de dikte van de takken van een boom ten opzichte van de stam. Volgens Da Vinci was de totale dikte van alle takken die er in een jaar bijgroeiden gelijk aan de dikte van de stam van de boom. Ook bedacht hij dat lage takken aan een boom beter groeien dan hoge takken doordat sappen die de takken moeten voeden vanuit de bodem makkelijker in de onderkant van de boom terecht komen dan in het topje. Daarnaast zag hij dat bladeren altijd met hun bovenkant naar de lucht zijn gericht, en ontdekte hij patronen in de manier waarop bladeren aan de steel van een plant vastzitten.
In twee van zijn beroemde schilderijen is de plantenkennis van Da Vinci terug te vinden. De engel Gabriël houdt in het kunstwerk ‘De Annunciatie’ een tot in detail uitgewerkte lelie vast die symbool staat voor de maagdelijkheid van Maria. In het schilderij ‘Maagd op de rotsen’ is Maria zichtbaar met Jezus, Johannes en de aartsengel Uriël. Het landschap rondom hen staat vol met prachtig uitgewerkte planten en bloemen. De details zijn zo duidelijk dat een plantenkundige op basis van het kunstwerk zou kunnen zeggen om welke soorten het gaat.
Op zoek naar de ZielOp een even nauwkeurige manier ging Da Vinci te werk met zijn onderzoek naar de anatomie van het menselijk lichaam. Hij deed dat bovendien met een bijzondere reden.
Leonardo droomde van onmogelijke vliegmachines. Maar zijn ware fascinatie lag misschien wel bij de meest ingewikkelde en mysterieuze van alle machines: het menselijk lichaam. Da Vinci was erg geïnteresseerd in de inwendige structuren van ons lichaam en de bijbehorende functies. En door de anatomie te bestuderen, hoopte hij uiteindelijk datgene te vinden wat ons mensen levend maakt: de ziel.
Tekening van een foetus in de baarmoeder, door Leonardo da Vinci, ca. 1510-1513. Afbeelding: © wikimedia commons
Da Vinci baseerde zich op empirisch onderzoek: hij probeerde een verschijnsel te doorgronden door het te tekenen en te beschrijven, daarbij alleen vertrouwend op zijn eigen waarneming. Om zich meester van de menselijke anatomie te maken, zat er dus maar één ding op: ontleden. En daarvoor moet hij een sterke maag hebben gehad. Vriezers om lijken te conserveren waren er nog niet in de zestiende eeuw, dus de stank van ontbindende lichamen moet ondraaglijk zijn geweest.
Door zijn vindingrijkheid heeft Da Vinci zeer gedetailleerde tekeningen kunnen maken. Hij schetste bijvoorbeeld de schedel vanuit verschillende hoeken, nadat hij het brein vol had laten lopen met hete was om de hersenholten zichtbaar te maken. Ook bond hij draadjes aan skeletten, zoals bij een marionet, om beweging te begrijpen. Zijn aantekeningenboeken zijn prachtig, maar tegelijkertijd ook grotesk. De pagina’s zijn gevuld met gevilde lichaamsdelen en ongeboren foetussen. In zijn tekeningen vergeleek hij bovendien de anatomische structuren van de mens met die van varkens, ossen, vogels, kikkers en paarden.
Maar de ziel heeft Da Vinci nooit gevonden. Eveneens is het hem niet gelukt zijn anatomieboek tijdens zijn leven te publiceren; dat gebeurde pas in 1632. Maar zijn begrip van de anatomie heeft veel betekend voor de geneeskunde. Zijn schetsen werden destijds opgenomen in boeken over geneeskunde, zodat de artsen van toen nauwkeurige tekeningen hadden van het mensenlichaam.
Menselijke foutjesOok op het gebied van de wiskunde had hij enkele geniale inzichten, hoewel er ook wel eens een foutje insloop.
Afbeelding: © wikimedia commons
In een van zijn notitieboeken schreef Leonardo da Vinci: ‘De wetenschap van het schilderen begint met de punt, dan komt de lijn, als derde het vlak en nummer vier is het lichaam in zijn bekleding der vlakken.’ Dat is duidelijke taal; dat Da Vinci verstand had van (ruimte)meetkunde, is zonneklaar. Toch was ook hij maar een mens, en mensen maken soms fouten. Ook Da Vinci dus. Van zijn wiskundige bijdragen is zijn tekening van een romboëdrische kuboctaëder (een convex veelvlak met 26 vlakken waarvan 8 regelmatige driehoeken en 18 vierkanten, 24 hoekpunten en 48 ribben) met piramiden op de zijvlakken een van de bekendste.
Eeuwenlang werd deze tekening gezien als een sterk staaltje van tekenkunst, totdat de Nederlandse wiskundige en kunstenaar Rinus Roelofs vorig jaar ontdekte dat deze tekening een fout bevat. Is dat erg ? ‘Nee’, zegt Rinus Roelofs. ‘Da Vinci was zonder meer een genie, en wellicht het grootste genie aller tijden. Maar ook hij was een mens, die moest nadenken en redeneren, en die daarbij al eens een foutje beging. En dat maakt hem alleen maar een nog groter genie.’
Aarde, zon en maanDoor scherpe waarnemingen aan de hemellichamen had Da Vinci al inzicht in hoe het licht van de zon (via de aarde) op de maan viel.
De belangrijkste astronomische bijdrage van Leonardo da Vinci staat in zijn zogenoemde Leicester-codex. Een verzameling van 18 dubbelgevouwen papieren vol aantekeningen en schetsen van (onder andere) astronomische waarnemingen die Da Vinci deed.
Een pagina uit Leonardo’s Leicester Codex, vol met astronomische schetsen. Microsoft-oprichter en Multimiljonair Bill Gates kocht het achttien pagina’s tellende boekwerk voor 30,8 miljoen dollar.
Hij leefde in een tijd waarin de astronomie nog in de kinderschoenen stond. De telescoop was bijvoorbeeld nog niet uitgevonden en het idee dat de aarde het centrum van het heelal vormde was nog wijdverbreid. Da Vinci geloofde dat laatste zelf ook, maar deze onjuiste aanname weerhield hem niet bijzonder scherpe observaties te doen aan bijvoorbeeld de maan. Vooral de manier waarop dit hemellichaam verlicht is fascineerde Da Vinci.
Tijdens de nieuwe maan is het mogelijk om het gehele maanoppervlakte te zien binnenin de dunne sikkel. Net na zonsondergang is dit fenomeen het sterkst. Leonardo da Vinci was de eerste die dit zag en documenteerde. Afbeelding: © livingmoonastrology.com
Leonardo was ervan overtuigd dat de maan zelf geen licht uitstraalt, maar dat het licht van de zon weerkaatst naar de aarde. Dit idee was niet nieuw, maar het ging wel tegen de gangbare opvattingen in. Wat Da Vinci echter ontdekte was dat de aarde zelf ook licht schijnt op de maan. Binnenin de ‘sikkel’ van de nieuwe maan is dit te zien. Vooral net na zonsondergang is het schijnsel van de gehele maan dan zichtbaar. Dat komt omdat licht van de zon via de aarde de donkere kant van de maan zwak verlicht. Da Vinci was de eerste die dit waarnam en opschreef.
Een ander punt van Da Vinci was dat de oppervlakte van de maan niet glad kan zijn, zoals bij een spiegel. Als dat namelijk het geval zou zijn dan zou het licht van de zon gefocust worden op een klein gebied. Het feit dat de maan toch overal op aarde zichtbaar is verklaarde Da Vinci daarom met een ruw maanoppervlak. Hij had gelijk, maar met het invullen van waar dat oppervlakte dan van gemaakt zou zijn ging Da Vinci de mist in. Hij schreef dat de maan geheel bedekt zou zijn met water. Voor wie de aantekeningen zelf eens wil bekijken: De codex is in handen van Microsoft-oprichter Bill Gates, die hem af en toe tentoon laat stellen.
Schelpen, hoog in de bergenMisschien wel de meest interessante ideeën van Leonardo vinden we op het gebied van de geologie. In een tijd dat de Bijbel leerde dat de aarde niet ouder dan 4000 jaar was en God onze aarde met fossielen en al geschapen had, volgde Da Vinci zijn eigen denkpatroon.
Wie in Noord-Italië opgroeit, is omgeven door stenen en fossielen. Geen wonder dus dat Da Vinci zichzelf ook op geologisch gebied fundamentele vragen stelde. En ook in dit geval leken zijn verklaringen van vijf eeuwen geleden opmerkelijk veel op de huidige inzichten.
Hoe waren er bijvoorbeeld versteende schelpen en zeedieren in het hooggebergte terecht gekomen? Het was, waar het de geologie betreft, misschien wel de meest knagende vraag waar Da Vinci mee worstelde. ‘Onze getuigen zijn objecten, gemaakt in zout water en teruggevonden in de hoge bergen ver van zee…’ , schreef Da Vinci. ‘We moeten aannemen dat op deze plaatsen ooit de kust was.’ Het was een controversieel standpunt.
Het algemene idee in die tijd was dat de schelpen ofwel door de zondvloed op de bergtoppen terecht waren gekomen, ofwel door De Schepper als onderdeel van de bergen gecreëerd waren. De zondvloed kon inderdaad misschien wel een rol gespeeld hebben, dacht Da Vinci, maar hoe konden de schelpen dan alleen in sommige lagen terecht zijn gekomen? Waarom lagen ze dan niet verspreid over het hele gebergte heen?
Rotsformaties, tekening van Da Vinci uit ca. 1508.
Voor mensen die de andere optie aanhingen had hij weinig respect: ‘Sommige onbenullen denken dat de Natuurlijke of Hemelse krachten deze schelpen in de bergen gecreëerd hebben’, schreef hij hierover, ‘alsof we niet ook botten van vissen gevonden hebben, die er toch een tijd over doen om te groeien, en alsof we de levensmaanden en -jaren van deze kokkels en schelpen niet kunnen tellen in hun schild.’
Hoe de oceaanbodem op de grote hoogte gekomen was kon Da Vinci zelf eigenlijk ook niet goed verklaren. Alleen dat er water aan te pas was gekomen leek hem evident. De hele aardbol was immers gevuld met water, was zijn overtuiging. En van botsende platen had toen nog niemand ooit gehoord.
Wat Da Vinci al wél begreep was dat rivieren de rivierbodem konden loswoelen, en het sediment met zich mee konden dragen om het een eind verderop weer te deponeren. Hij herkende dat bergen uit lagen van gesteenten bestonden, die kennelijk tijdens opeenvolgende overstromingsperioden van rivieren waren afgezet, en dus verschillende ouderdommen moesten hebben. De onderste laag is de oudste. Dat is één van de huidige basisprincipes waarop de geologie gebaseerd is, maar was destijds geenszins triviaal.
Korte biografie van Leonardo da VinciLeonardo werd op 15 april 1452 geboren. Hoewel zijn naam suggereert dat hij ‘uit Vinci’ komt kunnen toeristen zijn ‘geboortehuis’ bezoeken in Anchiano, een klein gehuchtje in de buurt van Vinci, op het grondgebied van de stad Florence. Waar zijn wieg precies stond is omstreden. Over de jeugdjaren van Leonardo is niet veel bekend. Waarschijnlijk groeide hij op in Anchiano. Vast staat dat hij een buitenechtelijk kind was, en daardoor nooit een klassieke opleiding heeft kunnen volgen.
Zelfportret van Leonardo da Vinci als oude man, gemaakt tussen ca. 1510 – 1515
Zijn vader Piero bracht hem elementaire kennis van Latijn, wiskunde en meetkunde bij. Toen Leonardo veertien was ging hij in de leer bij de kunstenaar Andrea di Cione, die bekend stond als ‘een van de beste leermeesters van Florence’. Di Cione onderwees hem niet alleen in de teken- en schilderkunst, maar bracht hem ook technieken als verf maken, metaal bewerken, houtsnijden en leer bewerken bij.
Rond 1480 – Leonardo was toen al lang volwassen en een volleerd kunstenaar – had hij zijn eerste contact met de invloedrijke Medici-familie. De Medici’s waren een steenrijk bankiersgeslacht, dat gedurende lange periodes in de vijftiende en zestiende eeuw de facto het bestuur van de stad Florence voerde.
Lorenzo de Medici, een sluwe politieke vos die zijn macht over het Italische schiereiland wilde veilig stellen, stuurde Leonardo (‘een zeer getalenteerde muzikant’) in 1482 naar de Hertog van Milaan. Van 1482 tot 1499 bleef Leonardo in Milaan. Hij maakte er enkele van zijn beroemdste schilderijen, zoals de muurschildering Het laatste avondmaal en de Maagd op de rotsen.
In 1502 trad Leonardo in dienst van Cesare Borgia, de zoon van paus Alexander VI en een belangrijk militair strateeg. Leonardo tekende zeer gedetailleerde stafkaarten voor Borgia. Omdat hij steeds verder betrokken raakte bij militaire en politieke zaken, woonde hij gedurende de laatste fase van zijn leven afwisselend in Rome, Milaan en Florence.
In 1515 veroverde koning Francois I van Frankrijk het hertogdom Milaan en trad Leonardo in dienst van het Franse hof. De laatste jaren van zijn leven woonde hij in het kasteel Clos Lucé, waar hij in 1519 overleed.
Hoe word je een terrorist?
Joost Augusteijn is universitair docent Algemene Geschiedenis aan de Universiteit Leiden Institute for History.
De uitzetting door Pakistan van twee Nederlanders die zich daar bij al-Qaeda probeerden aan te sluiten, eerder dit jaar, roept de vraag op hoe het toch komt dat jonge (meestal) mannen zich aangetrokken voelen tot zulke organisaties.
Je zou verwachten dat het idee dat moslims door het Westen worden overheerst, of de wens om een moslimstaat te vestigen hieraan ten grondslag ligt. Onderzoek naar de motivatie van leden van terroristische organisaties maakt echter duidelijk dat een diep ideologische of religieuze reden meestal niet de oorzaak is.
Voor degenen die een gewelddadige organisatie opzetten, wil een doordachte visie op de maatschappij en hoe die veranderd zou moeten worden nog wel eens bepalend zijn. Voor het gros van de leden van zo’n organisatie is dat echter helemaal niet belangrijk.
De doelstellingen van nationalistische terreurorganisaties, zoals de Baskische ETA of de Ierse IRA, werden gedeeld door een substantieel deel van de bevolking, maar slechts een heel klein deel daarvan werd daadwerkelijk lid. Dat geldt ook voor het anti-imperialistische gedachtegoed van links-revolutionaire bewegingen uit de jaren zeventig, zoals de West-Duitse RAF en de Italiaanse Rode Brigades, en tevens voor de Islamistische groeperingen van de laatste decennia.
Vrouwelijke terrorist.
Hoe komen jongeren er dan toe om zich aan te sluiten; zijn het misschien een bepaald soort mensen? De ervaring leert dat terroristen vooral jonge mannen zijn, hoewel in de laatste decennia ook steeds meer vrouwen actief zijn geworden. Waar de leiders meestal kinderen zijn van de elite, zijn de gewone leden vaak wat armer en lager opgeleid. Over het algemeen dus doorsnee mensen, al is wel duidelijk dat de allerarmste noch de allerrijkste zich veel inlaten met terrorisme. Die hebben blijkbaar wel iets anders aan hun hoofd.
Politiek actieve studenten en jeugdleden van politieke partijen vormen vaak de intellectuele basis voor de eerste activisten. Daarna worden leden vooral aangetrokken door de heroïek van het vechten. Hoewel de zoektocht naar het heroïsche iets is dat jongeren drijft tot allerlei activiteiten, van sporten tot videogames, is dit ook de belangrijkste drijfveer om tot geweld over te gaan. Maar waarom gaat de ene boksen of gamen en sluit de andere zich aan bij al-Qaeda?
Ahmed Khalfan Ghailani, een Most Wanted Terrorist van Al-Qaeda.
Hierbij doet voorbeeld volgen. Niet alleen uit het verleden maar vooral uit de directe omgeving. Als er al mensen zijn die geweld gebruiken voor een doel dat meerdere mensen ondersteunen, wordt het makkelijker voor anderen om dat ook te gaan doen. Groepsdruk is hierbij een belangrijke factor. Jonge activisten kunnen elkaar aanzetten tot steeds extremere ideeën en daarmee ook tot extremere handelingen. Dit wordt versterkt als een groepje zich isoleert van zijn omgeving, of als het slechte ervaringen heeft met de overheid.
In de juiste omgeving zijn jongeren, zoals het nu net door Pakistan uitgeleverde tweetal, dus heel gevoelig voor de aantrekkingskracht van het terrorisme. Het is daarom belangrijk om niet teveel repressie te gebruiken of om groepjes die op zoek zijn naar actie te isoleren. Het geven van alternatieve uitlaatkleppen is aan te bevelen, hoewel het op den duur krijgen van een partner en kinderen ook velen van hen tot bedaren brengt.
Eerdere gastcolumns voor Geschiedenis & Archeologie:- Een potdichte deur op Downing Street 10 (Jouke Turpijn)
- Vijf eeuwen migratie (Susan Leclercq)
- Gipsen helden in het Allard Pierson Museum (René van Beek)
Hongersnood met voorbedachten rade
De Holodomor is in Oekraïne een van de belangrijkste symbolen van de onderdrukking tijdens de Sovjet-periode.
In de nieuwe communistische maatschappij zoals Stalin deze graag zag, zouden alle boeren gedwongen moeten gaan samenwerken in Kolchozen: collectieve, door de staat gerunde boerderijen. De opbrengsten gingen rechtstreeks naar de staat, die het voedsel vervolgens zou herverdelen over de bevolking.
Uit correspondentie tussen Stalin en zijn naaste adviseurs Vjatsjeslav Molotov en Vasilii Blokhin blijkt dat bij Stalin in de zomer van 1932 het idee opkwam dat een gezamenlijk front van eigen grond bezittende boeren (‘koelakken’) en lokale communistische leiders zijn collectivisatiebeleid tegen werkte. Het slagen van de collectivisatie was juist in Oekraïne van groot belang, omdat er zich in dat gebied uitgestrekte graanvelden bevonden, die een belangrijk deel van de voedselvoorziening op brachten.
Politiek instrumentOp dat moment besloot Stalin de reeds bestaande hongersnood, die al sinds 1931 in Kazachstan en het Wolga-bekken woedde en langzaam de Oekraïne dreigde te bereiken, als politiek instrument in te zetten. Op deze manier kon het Oekraïnse verzet voor eens en voor altijd gebroken worden. Tot dit moment had de hongersnood voornamelijk economische oorzaken en was er nog geen sprake van een bewuste politiek.
Stalin stuurde Molotov naar Oekraïne om ‘lokale communisten terug in het gareel te brengen’. Gewapende politiegroepen kregen de opdracht al het nog beschikbare voedsel te confisqueren, inclusief privévoorraden en graankorrels die bedoeld waren om het volgende jaar in te zaaien.
De Oekraïnse president Joesjenko en zijn Russische ambtsgenoot Medvedev herdenken gezamenlijk de hongersnood van 1932-33 in de Oekraïnse hoofdstad Kiev.
Daarnaast beval Stalin om alle winkels te sluiten in gebieden die zich niet hielden aan de verhoogde quota die de Kolchozen ten behoeve van de staat moesten opbrengen. Verder werden opstandige dorpen door politiekordons afgesloten om te voorkomen dat de hongerlijdende bevolking het dorp zou ontvluchten op zoek naar voedsel. De blokkades zorgde er ook voor dat berichten over de ‘hongersnood als wapen’ zich niet zouden verspreiden.
In 1932-33 stierven zo’n vier miljoen mensen in Oekraïne de hongerdood. Op de altijd zo vruchtbare Koebanvlakte in de noordelijke Kaukasus, een gebied dat bij Rusland hoorde maar voornamelijk werd bevolkt door Oekraïners, vielen nog eens een half miljoen mensen ten prooi aan de honger.
De Holodomor (‘dood veroorzaakt door honger’) zoals de periode in Oekraïne bekend staat, is een gitzwarte bladzijde in de geschiedenis van de Oekraïne. In 2006 werd het Oekraïnse parlement het erover eens de hongersnood officieel ‘genocide’ te noemen. Veel landen (Nederland overigens niet) erkennen de Holodomor inmiddels als genocide. Een gebeurtenis al dan niet als genocide erkennen wordt vaak vooral politiek gemotiveerd. Dat er in ieder geval gedeeltelijk opzet in het spel was valt niet meer te ontkennen.
Bron:- Nicolas Werth, ‘Stalinist state violence: a reappraisal twenty years after the archival revolution’
In: Tijdschrift voor Geschiedenis nr 4 (dec. 2011)