VII Oorlog en escapisme
Kort na haar terugkeer uit Amerika, toen Duitsland volop bezig was met de oorlogsvoorbereidingen, nam Leni Riefenstahl het plan Penthesilea te filmen op. In deze film, gebaseerd op een drama van Heinrich von Kleist, zou Leni Riefenstahl zelf de rol van Penthesilea spelen. Toen echter de filmploeg naar Libië wilde vertrekken, voor de opnamen, brak de oorlog uit, zodat het project een vroege dood stierf. Ze ging toen weer verder met de film Tiefland. Ook die produktie verliep slecht door de oorlogsomstandigheden, de dood van haar vader en broer (aan het front) en haar eigen slechte gezondheid. Soms moest ze zelfs vanuit haar stretcher regisseren en delen van de film zijn door G.W. Pabst en Veit Harlan geregisseerd. Door alle vertragingen werd Tiefland een van de kostbaarste geluidsfilms uit de Duitse filmgeschiedenis. Zelf geloofde ze op een gegeven moment niet meer in de kwaliteit van de film, omdat volgens haar door de onderbrekingen de spanning weg was (73). Desondanks bleef ze aan de film werken om aan de oorlog te ontkomen: 'es war wie eine Flucht vor dem Kriege...ich war doch in den Bergen, weg vom Kriegsgeschehen' (74). Jaworsky zegt ook dat hij de indruk had dat Leni Riefenstahl de produktie van Tiefland zolang mogelijk rekte: 'She was absolutely terrified when she had a little taste of what war was really like. She said-this is horrible, I want nothing to do with it anymore. Seven years I think she stretched Tiefland. Seven years she managed to work on an opera film' (75). Henry Jaworsky doelt met de oorlogservaringen van Leni Riefenstahl waarschijnlijk op haar verblijf in Polen vlak na het uitbreken van de oorlog, toen ze daar was om een film op te nemen. Jaworsky wijdt niet uit over de aard van de ervaringen (76). Volgens een biografische schets in Filmcomment van 1965 was Leni Riefenstahl kort na het uitbreken van de oorlog als oorlogscorrespondente naar Polen vertrokken. Daar werd ze getuige van de executie van 28 Poolse Joden door het Duitse leger. Kort daarop verliet ze de filmploeg en keerde ze terug naar Berlijn. Daar deed ze haar beklag bij generaal Walter von Reichenau (77). Daarmee was voor haar de kous af ging ze weer door met haar eigen films. Alhoewel Leni Riefenstahl vlak na het uitbreken van de oorlog nog enthousiast was geweest over de overwinningen van het Duitse leger, was ze dit geloof snel kwijt. Volgens Jaworsky geloofde ze al in 1941 niet meer in een Duitse overwinning. Toen Jaworsky haar in 1941 om hulp kwam vragen, gaf ze hem het advies zich rustig te houden en te proberen te overleven net als zijzelf. Zij zei hem dat ze nog steeds geloofde in Hitler, maar dat die omringd werd door 'Verbrechers'(78). Aan het einde van de oorlog trok ze zich terug in haar tweede huis in Kitzbühel (Oostenrijk). Ze hoopte daar te ontkomen aan de aandacht van de geallieerden. Dit ging echter niet op aangezien ze jarenlang als goede vriendin van Hitler bekend had gestaan.