Hijstek tekst en research



I Een generatie tussen de generaties

Na de Tweede Wereldoorlog zei Schmidt het gevoel te hebben tot een 'generatie tussen de generaties' te behoren (2). Hij maakte deel uit van een generatie die te jong was om de opmars van het nazisme politiek bewust mee te maken, maar oud genoeg om in 1939 dienst te doen aan het oostfront. Dit onderscheidt Schmidt ook van de iets oudere Willy Brandt. Brandt emigreerde tijdens de nationaal-socialistische regime en vormde daarmee een uitzondering op de regel. Helmut Schmidt behoorde daarentegen tot de 'oorlogsgeneratie' die zijn dienstplicht moest vervullen. Hij personifieert het lot van de gemiddelde Duitser die in Duitsland bleef en deelnam aan de oorlog al kan hij om die reden niet worden gezien als sympathisant van het nationaal-socialisme (3).

Helmut Heinrich Waldemar Schmidt werd op 23 december 1918 geboren in de arbeiderswijk Barmbeck in Hamburg. Zijn vader, Gustav, was leraar op een handelsschool en had zich als eerste in de familie toegang tot de middenklasse verschaft. De Pruisische discipline van vader Schmidt, die geen tegenspraak duldde, domineerde de protestantse familie. Alhoewel dit getemperd werd door Helmuts moeder, Ludovica, die artistiek begaafd was. Door haar ontwikkelde zich ook bij Helmut en zijn broer Wolfgang artistieke talenten en een culturele belangstelling.

In het karakter van Helmut Schmidt komen drie verschillende invloeden bijeen. Van zijn vader erfde hij zelfdiscipline en plichtsbesef. Zijn individualisme en artistieke belangstelling kreeg hij van zijn moeder; het kosmopolitisme en zijn voorkeur voor Engelse tradities dankt hij aan zijn Hamburgse achtergrond.

Vanaf 1929 bezocht Helmut Schmidt het Lichtwark gymnasium, een liberaal ingestelde school, die de eenzijdige intellectuele opvoeding van het traditionele gymnasium afwees en daarentegen veel aandacht besteedde aan de artistieke en emotionele ontwikkeling van de studenten. In deze periode was Helmut Schmidt tijdelijk lid van de Hitler Jugend. In 1936 werd hij uit de Hitler Jugend gezet, omdat hij te openlijk uitkwam voor zijn bewondering van de 'entartete' kunst van expressionistische kunstenaars als Emil Nolde en Ernst Barlach.

In 1937 slaagde Helmut Schmidt met uitstekende cijfers voor het eindexamen. Hij wilde architect worden, maar moest eerst zijn twee jaar durende dienstplicht vervullen. Die twee jaar werden er uiteindelijk acht, omdat in 1939 de oorlog uitbrak. Trouw heeft hij die acht jaar uitgediend. Eerst diende hij een jaar aan het oostfront, daarna werkte hij als trainingsadviseur op het Rijksluchtvaart ministerie van Göring en Helmut Schmidt was aan het Westfront toen de oorlog beëindigd werd. Daar werd 'Oberleutnant' Schmidt, drager van het ijzeren kruis, krijgsgevangen gemaakt door het Engelse leger.

Tijdens de oorlog drong het steeds meer tot hem doorgedrongen welk een 'kriminellen Regierung' hij diende en dat bracht hem in het enorme dilemma dat hij enerzijds het land wilde dienen, terwijl hij  zich er ook van bewust was dat iedere dag dat de nederlaag werd uitgesteld, verlenging van een verwerpelijk regime betekende (4). Desondanks keerde hij zich niet openlijk tegen het regime.

Pas in het krijgsgevangenenkamp begon bij Helmut Schmidt daadwerkelijk een proces van politieke bewustwording op gang te komen. Onder invloed van de kameraadschap en de solidariteit onder de soldaten ('Socialism of the front') en de invloed van een paar oudere officieren, waaronder Hans Bohnekamp, bekeerde Helmut Schmidt zich tot het socialisme (5). Zevenentwintig jaar oud werd Helmut Schmidt als 'antinazi' vrijgelaten. Zijn bouwkundige ambities had hij inmiddels laten varen en hij koos nu voor een meer praktische studie aan de economische faculteit van de universiteit van Hamburg.

Daar werd hij actief in de sociaal-democratische studentenvereniging en in maart 1946 werd hij lid van de SPD. Binnen de studentenorganisatie pleitte hij voor een pragmatisch socialisme. Hij waarschuwde voor eindeloze ideologische discussies waarbij voorbijgegaan werd aan de sociale realiteit (6). Het pragmatisme en in zekere zin de scepsis waarmee Helmut Schmidt de problemen tegemoet trad, was niet uitzonderlijk. Het was eerder kenmerkend voor de naoorlogse, politiek geïnteresseerde jongeren, die na de Weimar periode en het daaropvolgende nationaal-socialistische tijdperk, weinig moesten hebben van ideologische slogans (7). Na de voltooiing van zijn studie economie in 1949 kreeg Schmidt al snel een baan op het ministerie van financiën en transport in Hamburg onder de leiding van Karl Schiller. Binnen zeer korte tijd maakte hij promotie en in 1952 was hij hoofd van het departement van transport.

In het najaar van 1953 werd Helmut Schmidt gekozen tot lid van de Bondsdag. Als lid van de Bondsdag werd hij in de eerste plaats belast met de transportproblematiek. Als expert op dat gebied kreeg hij erkenning van collega's, maar niet bij het grote publiek. Wat dat betreft bood de defensie politiek, die in die tijd bij de SPD zeer gevoelig lag, meer perspectief. Zodoende ontwikkelde Helmut Schmidt zich al snel van de transportexpert tot de defensiespecialist van de SPD. In die hoedanigheid zat hij in het comité voor veiligheidsvraagstukken, de defensiecommissie en in verschillende adviesgroepen over vrede en veiligheid. Gefrustreerd door de oppositierol van de SPD in de bondsdag, nam Helmut Schmidt in 1961 voor korte tijd afscheid van Bonn en accepteerde het ambt van minister van binnenlandse zaken in Hamburg (8).

Nauwelijks was hij in functie toen Hamburg in de nacht van 16 op 17 januari werd opgeschrikt door een overstroming die 300 mensen het leven kostte. Om te redden wat te redden viel nam Helmut Schmidt, geheel buiten zijn bevoegdheden om, de leiding op zich over politie, leger en andere hulpbrigades. Dit krachtdadige optreden maakte hem in Hamburg voor korte tijd volksheld nummer één en het leverde hem de bijnam van 'Macher' op.

In de herfst van 1965 keerde Helmut Schmidt terug naar Bonn. Wederom belandde hij in weerwil van zijn verwachtingen in de oppositiebanken. Dit bleek echter van korte duur want een jaar later kwam de regering Ehrhard ten val door onenigheden met de FDP over belastingverhoging en begrotingstekorten. Daarmee kwam de weg vrij voor de 'Grote Coalitie' van SPD en CDU onder leiding van kanselier Kiesinger en vice-kanselier Willy Brandt, die op 1 december 1966 werd geïnstalleerd. Helmut Schmidt kreeg het ministerie van transport aangeboden. Daar bedankte hij voor en in plaats daarvan koos hij voor de niet gemakkelijke taak van fractieleider van de SPD.

Na de val van de regering Kiesinger en de formatie van de regering Brandt/Scheel in september 1969 kreeg Helmut Schmidt de post van minister van defensie aangeboden. Die keus leek vrij voor de hand liggend. Hij was de defensiespecialist van de SPD en die reputatie bevestigde hij nog eens met het boek Strategie des Gleichgewichts, dat in 1969 was verschenen. Toch twijfelde Schmidt enige tijd of hij het aanbod moest aannemen. Liever bezette hij de post van buitenlandse zaken, maar het coalitie-accoord voorzag erin dat die post naar Walter Scheel ging. Volgens Schmidt was defensie eigenlijk te eenzijdig voor een politiek allrounder als hij (9). Maar uiteindelijk accepteerde Schmidt het aanbod. Als minister van defensie werkte hij aan de reorganisatie van het leger om het een beter aanzien te geven en het effectiever te laten werken. Bovendien was hij actief betrokken bij de totstandkoming van onderhandelingen over wederzijdse en evenwichtige troepenvermindering (MBFR) tussen het Warschaupact en de NAVO.

In juli 1972 kreeg de regering Brandt te maken met een interne crisis, omdat 'superminister' van financiën en economische zaken, Karl Schiller, opstapte. De keus viel op Helmut Schmidt als opvolger. Na de verkiezingsoverwinning van 19 november 1972 werd het 'superministerie' weer gedeeld en Schmidt behield de portefeuille van financiën. Er volgde een periode waarin crises in valuta, handel en energie elkaar snel opvolgden. In deze periode vestigde Schmidt zijn naam als 'crisismanager' en deviezenexpert.

schmidt1974.jpg (17222 bytes)

Op 6 mei 1974 trad Willy Brandt af als bondskanselier na de ontmaskering van zijn naaste medewerker Günter Guillaume als spion van de DDR. Tien dagen later trad Helmut Schmidt aan als opvolger van Brandt. De economische crisis, vergezeld door stijgende werkeloosheid, wereldwijde inflatie, ineenstorting van het monetaire systeem en de oliecrisis, bereikten op dat moment een hoogtepunt. De regering Schmidt slaagde er, in vergelijking met veel andere Westerse landen, redelijk in de crisis te beheersen door bezuinigingen en investeringsprogramma's. Naast deze economische problemen kreeg Schmidt als kanselier te maken met een serie terroristische acties: de moord op Siegfried Buback en Jürgen Ponto, de executie van de industrieel Hans Martin Schleyer en de gijzeling van het vliegtuig in Somalië. Deze acties werden een uiterste beproeving voor de regering Schmidt.

schmidtverkiezingen76.jpg (31144 bytes)

Schmidts prestige bereikte een hoogtepunt toen hij werd uitgenodigd voor een topontmoeting van de regeringsleiders van de 'big four' - de Verenigde Staten, Engeland, Frankrijk en Duitsland - op Guadeloupe begin 1979 om de wereldwijde politiek situatie te bespreken. Voor het eerst werd de economische reus serieus opgenomen in de Westerse alliantie. Maar na de verkiezingen van oktober 1980 brokkelde de basis van de coalitieregering snel af. De regering had direct al een slechte start, omdat de DDR onmiddellijk na de verkiezingen de verplichte deviezenaankoop voor bezoekers van de DDR verhoogde. Daardoor verslechterde de relatie tussen de DDR en de Bondsrepubliek snel. Daarnaast verliepen de onderhandelingen tussen de SPD en de FDP over het coalitie-accoord slecht door onenigheden op het gebied van de economische en sociale politiek. Schmidt werd heen en weer getrokken tussen een conservatieve koers van de coalitie-partners enerzijds en de wensen van vakbonden en eigen partij anderzijds, die vonden dat langzaam maar zeker de sociaal- democratische principes in het regeringsprogramma afbrokkelden. Zijn positie in zijn eigen partij verslechterde bovendien na 1980, omdat de partij zich in meerderheid tegen het dubbelbesluit keerde. Schmidt vond zelf dat hij met dit besluit 'politiek getrouwd' was en daarom weigerde hij het op te geven of zijn mening erover te veranderen (10). Op 1 november 1982 kwam de regering Schmidt ten val door de aanname van een motie van wantrouwen tegen de regering Schmidt.